Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de menschen aan God brengen moesten, zóó, dat ze, waar geene schuld was te delgen, zelfs oververdienden, op Christus over. Hier ligt dan alle nadruk natuurlijk op het lijden en offer van Christus als mènsch. Niet God, maar de mensch is het subject der verzoening, Christus, als vertegenwoordiger der menschheid. Vandaar dat in de grieksche wereld de plaatsbekleeding zeer onzeker en vaag wordt geleerd: een stervende God-mensch vertegenwoordigt niemand, God heeft alleen de menschelijke natuur aangenomen (Harnack). Maar tot eene uitgesloten en afgewerkte theorie over het verzoenend werk van Christus komt het ook in het westen niet.

De verlossing van de vergankelijkheid (zonde was slechts zwakheid en een gevolg van onze vergankelijke, vleeschelijke natuur) en van den Duivel door losgeld of bedrog (hij dacht in Christus een gewoon mensch te zien, vergreep zich aan Hem, doch werd overwonnen) is in de oude kerk de groote gedachte, waarnaast, op grond van Bijbelserie gegevens, dan de verzoening staat door het offer van Christus aan het kruis. Als we maar gehoorzaam zijn, als Hij, tot in den dood, dan zijn we in den tweeden adam verzoend, gelijk we in dén eersten gezondigd hebben.

Toch werd de verlossing voor de oude kerk tot verzoening. Dit geschiedde, toen men in de overwinning van Christus op den Duivel een offer aan God ging zien, omdat Hij, door Zijn overgave aan de macht der

Verzoening. 4

Sluiten