is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee brieven over het materialisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets; om harent wille ben ik verpligt, het leven te laten. Men neme het geval aan: iemand kan door eenen trouweloozen raad wel zijn leven redden; maar hij zal daardoor duizenden zijner medemenschen in het verderf storten. Leven en verraad liggen hier op de eene; dood en eerlijkheid op de andere weegschaal. Wat moet hier gekozen worden? Vraag het der natuur en zij zal antwoorden: ieder is zich zelf de naaste, en, uitgaande van deze zelfliefde, zal zij trouweloosheid en het behoud van het leven al het andere voortrekken. De zedelijke wet zal bij de vraag, of gij trouweloos zijn en het leven behouden, of eerlijk blijven en naar eene algemeen geldige wet zult handelen, u oogenblikkelijk uwen pligt voor oogen houden en achting voor dezen .vorderen, ook met opoffering van uw leven. Eene wet echter, die met onbeperkt bevel het kostelijkste der natuur, het zinnelijk leven gebiedt te offeren, kan geene wet der natuur zijn; want anders zoude de natuur in - strijd zijn met zich zelve. Daarmede valt nu de hoofdstelling van het naturalisme, en de natuur wordt ontoereikend verklaard. Zij is middel en geen doel; zij is het gevolg van een boven haar bestaand rijk van zedelijke wezens, niet voor zich zelve de onbeperkte oorzaak, noch alles in alles.

Op deze zedelijke wet, die de naturalist niet ontkennen kan, want zij is eene daadzaak, kan men nu voortbouwen. Deze brengt ons tot onze vrijheid, bovenzinnelijk bestaan, persoonlijken voortduur, onsterfelijkheid, het bestaan van eenen wereldschepper enz.

Hierdoor verandert de zedewet, de wet voor ons handelen, die bij den naturalist alleen op het gelukkig worden doelde, in een gebod der deugd, die persoonlijke waarde eischt. De leefregel is nu niet meer: zorg voor uw geluk en voor het geluk van uwen naasten om u zelfs wille, maar zorg voor uw welzijn en voor het welzijn van uwen naaste uit achting voor de menschheid. JJw pligt moet u heiliger zijn, dan al het geluk van dit leven.

Men moet den naturalist niet trachten te wederleggen, door de gevolgen, welke uit zijn stelsel voortvloeijen; want wanneer ik hem zijne grondstelling toegeef, dan is het geen eerlijke strijd, wanneer ik hem door de gevolgen wil doen