is toegevoegd aan uw favorieten.

"Dat zij allen één zijn!"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval dat van een kerkeraad eener Christelijke kerk.

Maar de aard van dat toezicht beslist hier, dunkt me. Het droeg het karakter van dat eens huisvaders over een gast, terwijl ik, als huisgenoot, in een beslissend opzicht bleef onder toezicht van mijn eigen kerkeraad, wie ik het immers door de keuze mijner preek (zie pag. 22) gemakkelijk genoeg gemaakt heb.

Ik heb me door mijn preeken te 's Hage, niet voor een uurtje gevoegd bij de Herv. gemeente aldaar, maar slechts voor een uurtje haar gastvrijheid genoten en me eén gevoeld met allen, die onder haar leden eénzelfden Christus beleden.

Maar — daar zullen zich onder het gehoor zich ook ongeloovigen hebben bevonden! zal men mij tegenwerpen. Maar zitten die dan niet onder mijn gehoor, als ik 's Zondags in mijn eigen kerk te Middelburg preek ? Ja, immers — tenzij mijne kerk alleen ware geloovigen zou bevatten.

Ben ik dan, naar eene andere uitdrukking van het bezwaarschrift des Oeref. Kerkeraads te 's Hage „onbroederlijk aan de Geref. kerk te dezer plaatse voorbijgegaan" ? M. a. w. heb ik geconcurreerd met de Geref. kerk aldaar? Evenmin. In alle stilte heb ik mijne daad verricht. Zelfs mijn' vrienden in 's Gravenhage deed ik er geene mededeeling van. Ja, indien ik in een locaal dier stad was opgetreden met de tevoren gepubliceerde aankondiging: daar of daar zal Ds. N., Geref. predikant te Middelburg, „de bediening des Woords" houden, dan had ik tegenover mijne Geref. Collega's zoo'n soort scheurkerkdienst gehouden — maar nu trad ik op in eene Hetv. Gemeente, met geen andere bedoeling dan den Christelijke leden dier gemeente het Evangelie te brengen.

Heb ik „zwakken en onbeslisten ergernis gegeven, die uit dit optreden aanleiding kunnen nemen, om de rechte paden, door Gods Woord voor 't kerkelijke leven geteekend, te verlaten", naar het reeds meermalen aangehaalde bezwaarschrift luidde ? Maar hoe kan iemand, als een