is toegevoegd aan uw favorieten.

"Dat zij allen één zijn!"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kerkeraad der Geref. kerk van 's Hage was zoo verstandig, aan art. 15b dier kerkenorde geen bezwaar te ontleenen tegen mijn optreden. Maar tal van Kerkboderedacteuren deden dit wel.

Hoe luidt art. 15b?

Aldus: „Gelijk ook niemand in eene andere kerk eenige predicatie zal mogen doen of Sacramenten bedienen, zonder bewilliging des kerkeraads van die kerk".

In de acta der Emdensche Synode van 1571 luidde dit artikel (art. 17): „Het en sal gheen Kercken-Dienaer gheoorlooft zijn in een andere Ghemeente te Predicken sonder bewillinghe des Dienaers der selver Ghemeente ende der Consistorie, ofte in 't afwesen des Dienaers, sonder consent der Consistorie".

't Is, dunkt me, zeer duidelijk, waarom het in dit artikel te doen is. 't Is gericht tegen het optreden van onbevoegden, en wil te kennen geven, dat niemand, zonder daartoe geroepen te zijn door eene kerk, de ambtsbediening mag uitoefenen. In de dagen der Hervorming was het eene zaak van belang, om orde te stellen op den predikdienst, teneinde het optreden van ondeskundigen te keeren. Daar waren b.v. gewezen monniken, daar waren anabaptistische voorgangers, die rondtrokken, om de geloovigen op verschillende plaatsen te stichten met hun woord. De kerken waren alzoo overgeleverd aan deze ongeordende, nietopgeleide of wetenschappelijk-gevormde predikers. De Gereformeerde leidslieden van dien tijd wilden begrijpelijkerwijze van die „loopers", gelijk men hen noemde, verlost worden. De gemeenten werden door hen maar op een dwaalspoor geleid, en niet opgebouwd. Vandaar de bepaling in onze kerkenorde, dat niemand mocht optreden in eene kerk, om te prediken of Sacramenten te bedienen, zonder bewilliging des kerkeraads van die kerk.

Artikel 15b gaat dus in tegen de wanorde, die als van zelf spreekt, in het overgangstijdperk tusschen de middeleeuwsche en de her-vormde kerk van den nieuwen tijd heerschte.