Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr,. Cramer mij soms verzocht: preek toch wat minder gereformeerd dan anders ?

Niets van dat alles.

Ik heb er eene oude preek gehouden.

Met opzet eene oude preek. Want ik had onder het opstellen eener nieuwe per ongeluk eens kunnen rekenen met het Haagsche gehoor, waarvoor ik zou optreden. Ik had die preek zelfs gehouden in wat Ds. Sikkel eens heeft genoemd „het hart" van ons Gereformeerd kerkelijk leven, in Amsterdam. De inzender in „de Waarheidsvriend" bleek dus „de waarheid" niet bizonder te verstaan, toen hij dien preek voor „ethisch" versleet. Maar hij verstaat misschien onder „ethisch": niet afgezaagd en zonder wèlbekende klanktermen.

Ik heb dus een Gereformeerde preek gehouden in eene Christelijke gemeente.

Daar komt alles op neer. H'tfê»

Maar waarom is men dan toch zoo boos op mij ?

De kring, waarvoor ik optrad, was een Christelijke kring, eene kerk, al „zucht" ze dan ook onder „een Synodaal juk".

Tegen eene of andere Kerkrechtelijke bepaling heb ik niet gezondigd.

Van concurrentiezucht was 'bij mij geen sprake.

„Gods werk der Reformatie van 1834 en 1886!' heb ik niet „miskend", als ik erkende, dat God ook in eene andere kerkgemeenschap nog werkt met Zijn Woord en Geest, er harten tot Christus brengt en de geloovigen in Hem vergadert.

Men sprak in onderscheidene bladen een afkeurend oordeel over mijn optreden in de Herv. kerk uit, omdat ik de zwakke broeders geërgerd had en alzoo gezondigd tegen de liefde. Naar Nieuw-Testamentisch spraakgebruik beteekent „ergeren" tot zonde verleiden. Als ik nu weifelenden er toe gebracht heb, om in de Hervormde kerk wat minder een „valsche" kerk en wat meer eene „Christelijke" Kerk te doen zien, dan kan dit alleen zonde geacht worden

Sluiten