Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ging ik te ver, als ik spreek van verdachtmaking?

In haar licht was het dan ook, dat mijn preeken voor Dr. Cramer geweten werd aan een „besmet" zijn met „ethische ketterij". Men kan zich van zekere zijde eenvoudig niet indenken, dat er geloofsgemeenschap kan zijn ook met heterodoxen. Zoekt iemand die, dan wordt hij terstond zelf voor heterodox gehouden.

Men versta mij toch goed. Ik behoor niet ©ader hen, die zeggen; orthodox of ethisch of modern, 't is aHes eenerlei, want God: is ons aller menschen Vader. Maar ik vraag niet : zijt gij, die mij verzoekt voor u op te treden, modern of ethisch of orthodox ? doch zegt ge te gelooven in Jezus Christus ? Over uw hart kan ik niet oordeelen, maar als ge mij verzekert, in Hem te geloave», als uw Verlosser en Heer, dan ben ik uw man, dan gevoel ik mij uw broeder.

'tValt eigenlijk te betreuren, dat ai deze dingen in een Christelijk land en onder Christenen nog behoeven gezegd te worden. Maar ik zag me genoodzaakt, ze te zeggen, en hoop dat ik niet tevergeefs gesproken heb.

Mijne brochure overtuige hen, die overtuigd wenschen te worden; verheldere het inzicht van wie weifelen; drage een enkeJ steentje bij tot de uitbreiding van Gods Koninkrijk in de harten van vele Nederlandsche Christenen.

MIDDELBURG, 18 Juli 1917. J. B. NETELENBOS.

Sluiten