Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun de loffelijkheden des Heeren en Zijne sterkheid en zijne wonderen, die Hij 'gewrocht heef t. Deelt hun mede, wat de Heere vijf en zeventig jaar geleden en tot op dit oogenblik toegedaan heeft, God eischt dat van u en gij zijt het aan uwe kinderen verplicht. Herinnert hun gedurig, dat zij in den schoot der Gemeente geboren en in den Naam des Drieëenigen Gods gedoopt, maar nu ook verplicht zijn, het verbond met dien weldadigen God in te willigen, Hem aan te hangen, te betrouwen en lief te hebben met hun gansche hart. Vergeet echter niet, dat de Gemeente ook eene roeping heeft jegens allen, die nog in vervreemding van den Heere leven. Hoevelen zijn nog onbekend met den weg ten leven. Gaat uit, zegt de Heere, bewijst ook gij weldadigheid, met innerlijke barmhartigheid bewogen over hen, van wie gij alleen door genade onderscheiden zijt. Deze roeping zult gij alleen dan kunnen vervullen, als gij u gedurig aan den Heere en zijne leiding overgeeft, in oprechtheid getuigende :

„Want deze God is onze God eeuwiglijk en altoos, Hij zal ons en onze kinderen en heel de Gemeente geleiden tot den dood toe."

Wel is waar hebt gij den Heere dikwijls redenen gegeven, om in tegenheden met u te handelen. Wie zijt gij voor den Heere geweest ? Hoe menigmaal hebt gij u Zijn toorn waardig gemaakt? Doch de Heere is in Christus een vergevend God, een God, die de weldadigheid houdt en wiens goedertierenheid tot in der eeuwigheid is.

Laat deze heerlijke waarheid u bemoedigen en troosten in de dagen, die wij beleven, waarin de machten der hel zich opmaken tegen den Heere en tegen Zijne Gemeente. Allerlei wapenen worden gesmeed, allerlei listen beraamd, allerlei strikken gespannen.

Zult gij vreezen ? Geenszins, want Gods goedertierenheid duurt den ganschen dag.

Als gij de weldadigheid gedenkt, welke de Heere nu reeds vijf en zeventig jaar bewezen heeft, zult gij u kunnen verheugen en juichend uitroepen; „Met een oostenwind verbreekt Gij°de schepen van Tarsis. Gelijk wij het gehoord hebben, alzoo zullen wij het zien in de stad des Heeren der heirscharen, in de stad onzes Gods; God zal haar bevestigen tot in eeuwigheid."

Sluiten