Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu, gemeente, dit woord heb ik u verkondigd, nu ruim 8 jaren. Als een zondaar, als een, die zelf genade noodig heqft. Ik weet het, maar ik mag ook, door Gods genade, van den Christus spreken bij ervaring. Ik heb u altijd den Christus gepredikt, Dien ik ook zelf noodig heb, van Wiens verlossingswerk ik ook, naar ik meen, kennis mag dragen. Als een zondaar, maar ook als een gezant van Christus heb ik het getrouwe woord u gebracht. Ik weet me van mijn God geroepen voor dit heerlijke werk. In Zijn Naam heb ik u dan ook steeds dit woord voorgesteld. Met gebrek heb ik het gedaan. ïk. beken het. Maar ik voeg er ook bij: met liefde. Met al de liefde van mijn hart, met al den ernst die in mij is.

Dit woord heb ik gebracht op de catechisatie. Ik heb getracht de kennis er van te vermeerderen, maar ook het hart er voor te winnen en de liefde tot de leer der godzaligheid op te wekken of te doen toenemen.

Geliefde catechisanten, gaat voort met ijver en lust dit getrouwe woord te onderzoeken en doet het met een biddend hart. Verzuimt die lessen toch niet. Ach, dat komt al te veel voor! Spant u er voor in, want 'tis het allernoodigste wat ge te leeren hebt. 't Betreft immers de leer der zaligheid voor uwe onsterfelijke ziel.

Dit getrouwe woord heb ik gebracht in de huizen, om te troosten of te vermanen of terecht te wijzen of te bemoedigen. Paulus spreekt van met tranen te vermanen, 't Is me niet onbekend gebleven. Heeft het vrucht afgeworpen? Niet altijd. Maar soms toch ook wel. Er zijn er hier onder ons, voor wie mijn opzoekende arbeid en mijn vermanend of lokkend woord een middel is geweest in de hand des Heeren om ze van de paden der zonde af te brengen en tot bekeering te leiden. Dat is me wonderlijk te moede, 't Is Gods zegen. Gode de eer.

Dit getrouwe woord heb ik den kranken voorgesteld, daarmee stervenden bemoedigd en bij begrafenissen bedroefden getroost. Moeilijk is vaak ons werk. En wat zouden we in sterfhuizen gaan zeggen, als we ons eigen woord moesten brengen? Maar neen, een dienstknecht des Heeren komt met het Woord van zijn Zender. Zoo ben ik, ook in uwe droefheid, tot u gekomen met dit getrouwe woord, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken.

Gij hebt me steeds vriendelijk ontvangen, waar en wanneer ik ook kwam, en ik heb me aan u gegeven zooals ik was. Ik heb getracht het goede voor u te zoeken. Onze wegen gaan nu uiteen. Maar ik blijf prediken dit getrouwe woord, ook in de andere gemeente, waar ik geroepen word. En gij blijft hooren dat zelfde woord, als is het niet meer uit mijn mond, en ook niet meer, straks, in dit gebouw, 't Zal velen uwer hard vallen dit kerkgebouw te verlaten, waar er zoo vele herinneringen aan verbonden zijn. 'tZal ook eerst wat moeilijk wezen en wat ongeriefelijk zijn in de Westerkerk in te wonen. Maar schik u

Sluiten