Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook al*hem gesteund hadden met hunne gaven. Hij erkent dat met dankbaarheid Hij heeft nu overvloed, vs. 18. En wat zal hij hun nu vergelden? Hij heeft niets om hun terug te geven. Hij is in Rome en daar mist hij zelfs de vrijheid. Hij is een gevangene. Wat zal hij dan geven?

Maar hij heeft een God. Een rijken God. En met Diens rijkdommen zal hij hun wedervergelding doen. Zoo zegt hij dan in onzen tekst: Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uwe nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus. Zoo vinden we hier:

Het vervullen van al uwe nooddruft. Twee vragen willen we hier stellen: l. Wie zal al uwe nooddruft vervullen? en • II. Hoe zal Hij al uwe nooddruft vervullen?

I.

Het vervullen van al uwe nooddruft. Wat is dat? 't Is het voorzien van al die dingen, die de gemeente te Philippi noodig heeft. En zij heeft veel noodig, stoffelijk en geestelijk beide. Daar waren ook al niet vele rijken en niet vele edelen. Paulus spreekt in 2 Cor. 8:2 „van hunne zeer diepe armoede." Dat zegt hij daar van de gemeenten van Macedonië, tot welke ook die van Philippi behoorde. In stoffelijk opzicht hebben ze behoefte aan den. zegen des Heeren om te kunnen bestaan, 't Waren moeilijke tijden. De apostel getuigt er gedurig van in zijn brieven en ook in de Handelingen der Apostelen lezen we er van. Ook in geestelijk opzicht hebben ze vele behoeften. Ze moeten opwassen in de kennis en in de genade. Ze moeten toenemen in geloof en in liefde. Ze moeten vrijmoedigheid hebben om te getuigen in de moeilijke dagen van tegenstand. Ze hebben behoefte aan vergeving van zonden, aan bijzondere vertroosting, aan de gemeenschap met God.

Wie Zal hun dat alles geven? Paulus kan het niet. Hij is zelfs ver van hen af in Rome en dan in gevangenschap. Hij kan niet eens tot hen komen om hen te troosten en bemoedigend toe te spreken. Nog veel minder in al hun behoeften voorzien.

Maar Paulus heeft een God. En nu zegt hij: Mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uwe nooddruft.

De apostel moge dan arm zijn aan zilver en goud, hij moge zelfs van zijn vrijheid beroofd wezen, nochthans is hij rijk in zijn God. Hij heeft in zijn God genoeg. En ook de gemeente zal het ervaren. Zoo geeft hij hun de verzekering, gegrond op Gods beloften, dat zijn God, Die een rijke God is, in al hun nooddruft zal voorzien.

Mijn God. Paulus weet wat hij aan zijn God heeft. Hij heeft hem geroepen op den weg naar Damaskus en krachtdadig hem tot bekeering gebracht. Hij heeft hem gemaakt van een leeuw

Sluiten