is toegevoegd aan uw favorieten.

Het "heilige recht van opstand"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en onderdanen door de wetgeving was bepaald, of voor en na met der daad heeft plaats gevonden

Terecht zagen de Monarchomachen in, dat het niet aangaat elk in den Bijbel vermeld feit normatief te noemen, elke daarin geteekende menschelijke daad als navolgenswaardig voorbeeld te beschouwen. En zij wijzen er dan ook meermalen op, dat er ten aanzien van de verhouding van vorst en volk onder Israël heel wat gebeurd is, waaruit voor de kennis van wat de meest gewenschte staat van zaken in dit opzicht is zelfs geen enkele conclusie valt te trekken. Dat bijv. Juda's plicht om het juk der babylonische ballingschap met berusting te dragen volstrekt nog niet tot de gedachte behoeft te leiden, dat in dergelijke omstandigheden elk ander volk ook zoo zou hebben te doen. Enz. enz.

Maar in ander opzicht hechtten zij tegelijkertijd aan dat Israël weer wel zoo'n heel eigenaardige waarde. Als 't volk Gods, dat bijna rechtstreeks door Hem werd geregeerd, moest het naar hun inzicht wel een staatsinrichting hebben gehad, die voor alle tijden en volken als model kon dienen. En zoo weinig als er uit zijn lotgevallen te leeren viel, zoo veel onderwijs geeft daarom zijn regèeringsvorm en wettelijke orde.

Intusschen is het, volgens de Monarchomachen, nu zaak zich omtrent deze beide geen verkeerde voorstelling te maken. De meest bekende teksten, die ieder in verband met deze materie het eerst in de gedachten komen, zijn en worden dikwijls voorgesteld als verdedigers van een onbeperkte vorstenmacht; van een toestand, waarin de onderdanen tegenover hun overheid alleen plichten hebben en geen enkel recht. Maar op die manier wordt hun toch zeer beslist geweld aangedaan. * V ï^J

Als het in 1 Tim. 2 : 1 christenplicht wordt genoemd voor koningen en allen, die in hoogheid zijn, te bidden, houdt dat volstrekt niet in dat misdaden, die ze zouden bedrijven, niet mochten worden bestraft.

En ten opzichte van Paulus' voorschrift in Rom. 13 : 1 en 2 geldt iets dergelijks. Zeker: „Alle ziel zij den machten»

') Zie vooral het mooie boek van Kurt Wolzendorff,.

Staatsrecht und Naturrecht in der Lehre vom Widerstandsrecht

des Volkes gegen rechtswidrige Ausübung der Staatsgewalt (Breslau 1916).