Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag. Immers: „Ik zal mijne eer aan geenen ander geven" (Jesaja 48 : 11). Maar niet minder ook door de rechten der onderdanen.

Reeds de aanvaarding van het regeerambt mag zonder bewilliging dier onderdanen niet tot stand komen. Het wordt getoond, zoowel door hetgeen ten aanzien van Saul, als door hetgeen in betrekking tot het huis van D a v i d gebeurde I Niettegenstaande God dien Saul tot Israëls koning had aangewezen, wilde Hij toch nog dat 't volk hem verkoos En evenzoo in zake Davids huis. Op grond van Jehova's beloften kon dit erfelijke rechten op den troon doen geidenEn niettemin ging de aanwijzing van den persoon, die opvolgen zou, volstrekt niet buiten het volk om 2).

Eerst recht echter moet •— blijkens hetgeen ons omtrent Israëls staatsinrichting wordt verteld — het volk zich kunnen laten gelden in de uitoefening der vorstelijke macht. Is er geen behoud in de veelheid der raadslieden, terwijl het volk vervalt als er geen wijze raadslagen zijn? (Spr. 11 : 14; 15 : 22). Ja, sterker nog: vorst en volk staan als twee verdragsluiters tegenover elkaar. Zie maar wat ons omtrent het begin der regeering van Joas wordt meegedeeld in 2 Kon. 11 : 17: „En Jojada maakte een verbond tusschen den Heere en tusschen den Koning en tusschen het volk, dat het den Heere tot een volk zou zijn; mitsgaders tusschen den Koning en tusschen het volk".

Vorst en onderdanen door een contract gebonden 1 Maar wie zou dan nog durven zeggen, dat het — naar den Bijbel — dien onderdanen ook niet vrij stond hun regeerder de gehoorzaamheid op te zeggen, wanneer deze als tyran. begint op te treden. Want wie heeft ooit gehoord, dat — als van twee contractanten de een zich niet meer aan de overeenkomst houdt — ook de ander er zich niet van ontslagen zou mogen rekenen.

In niet geringe mate rust de argumentatie der Monarchomachen ook op historisch materiaal. Zweden, Polen, Spanje, Venetië, Denemarken, Engeland, Schotland en onze Nederlanden — om van de natiën der oudheid nu maar te zwijgen : op hun beurt moeten gegevens uit de geschiedenis van al die landen aan de these, dat verzet in sommige gevallen ge-

«) 1 Sam. 10 : 19 v.v.; 11 : 15. 2) 1 Kon. 12 : 4.

Sluiten