is toegevoegd aan uw favorieten.

Het "heilige recht van opstand"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„.pactum subjectionis" '). Een feitelijk accoord tusschen eenerzijds den koning en aan den anderen kant zijn volk. Van Vergelijken aard als het ook in het leenstelsel bestond, tusschen den leenheer en zijn vazal: waarbij de laatste den ander houw en trouw beloofde, en de eerste in ruil daarvoor zijn leenman weer zijn bescherming toezei.

Wat is nu echter het eigenaardige bij deze verdragsgedachte Ver Monarchomachen ? Dat deze werkelijk bestaande staatsrechtelijke overeenkomsten geheel missen wat voor ons besef juist het kenmerkender van een verdrag uitmaakt. Van een •contract van twee partijen, die zonder dat niets met elkaar uitstaande hadden, daarbij geen sprake. Veel beter dan van een verdrag hadden zij in deze eigenlijk kunnen spreken van ■een voorwaardelijke huldiging of erkerming. Want daarop komen die overeenkomsten, waarvan zij met zekere voorliefde telkens melding maken, toch feitelijk neer. Niet in elk land, waar ze in zwang was, vertoonde die huldiging zoo duidelijk haar karakter, en had ze zulk een gestileerden symibolischen vorm gekregen als in Aragon, waar men den koning — eerst bij zijn troonsbestijging en later van drie jaar tot drie jaar opnieuw — ten overstane der Staten een eed op ■de landsvrijheden liet afleggen in handen van een gemaskerde, -die de Justitia, het recht van Aragon voorstelde, om daarna zijnerzijds te verklaren: „wij, die evenveel waard zijn als gij en meer dan gij vermogen, verkiezen u op deze en die voorwaarden tot onzen koning, en tusschen u en ons is er een, •die hooger staat dan gij"2). Maar wezenlijk dragen de plechtigheden, waarop de verzetslitteratuur wijst, toch altijd hetzelfde karakter. Dat van een beloven van gehoorzaamheid aan den vorst van de zijde der onderdanen, dat volgde op meer nog: afhankelijk was van een bezweren van het recht van den kant van dien vorst.

>) Deze uitdrukking dankt haar ontstaan aan Engelbert van Volkerdorf, die haar pl.m. 1310 al gebruikte; cf. H. Rehm, Geschichte der Staatswis&enschaft (Freib. u. Leipz. 18^0) S 180

2) Vindiciae contra tyrannos, ed. 1595, p. 144; Mémoires: de restat de France sous Charles IX, Vol. II (1577) p. 654 764. ICurt Wolzendorff, a. a. O.. S 25 Anm. 1 geeft de verklaring Ver Staten eenigszins anders weer. Mogelijk wel juister. Maar daar 't er mij om te doen is de gedachtenwereld der Monarchomachen .na te gaan, meende ik beter te doen, mij aan hun citatie te houden.