Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar bij een poging om van dat terrein der algemeenheden af te komen en de zaak meer in 't concrete te benaderen, blijkt het uitspreken van een oordeel over het betrokken punt toch niet zoo gemakkelijk te zijn als het lijkt.

Die twee voorwaarden, waarop 't in deze zoo bijzonder aankomt, die de wettigheidsvraag hier kortweg geheel beheerschen : kunnen die eigenlijk in onzen tijd nog wel worden vervuld ? Kan zich zulk een constellatie, als toch voor de uitoefening van het verzetsrecht onmisbaar is, tegenwoordig nog wel voordoen?

Dat ze in November 1918 heeft ontbroken is duidelijk. De vraag of ons staatsleven de instituten bezit, waarvan in de tweede dier voorwaarden sprake is, laat ik nu nog eens even rusten. Maar de eerste reeds dadelijk ontbrak! Er viel aan de zijde onzer regeering geen enkel symptoom van ontaarding in een tyrannus exercitio en zefts geen enkele verkrachting der wet te constateeren. Niemand tenminste die het beweerd heeft, om van bewijzen nu maar in 't geheel niet te spreken. En elk der toen gedane beroepen op 't voorgeslacht, waarvan ik er 'n paar in mijn inleiding noemde, als zouden de Gereformeerden der 16e eeuw over de revolutionnaire beweging, die toen de gemoederen bezielde, het schild opheffen, is dan ook terug te voeren, hetzij tot gebrek aan inzicht, hetzij tot demagogie. Een streven, dat geheel en al alleen uit den natuurrechtelijken hoek kwam, heeft toen ons vaderland in rep en roer gebracht.

Ondertusschen: het is nog heel wat anders of in n gegeven geval eenige constellatie feitelijk ontbroken heeft, of dat zich die definitief niet meer zou kunnen voordoen. En op die laatste vraag moeten wij, zooals ik zeide, een antwoord zoeken, zullen wij komen waar wij wezen willen. Een vorst, die werkelijk — in den zin, waarin de 16e-eeuwers dat bedoelden — tiran werd, die zijn onderdanen beschouwde als speelballen voor zijn willekeur in stee van als zijn volk, waartegenover hij een ontzaglijk gewichtige roeping heeft: laat die zich in onzen tijd eigenlijk nog wel denken ? En een wetgeving met instituten en bepalingen, waarin 'n volk 'n feitelijke basis bezat, om zich tegen zulke tirannie te weer te stellen : is die werkelijk tegenwoordig nog te vinden ?

Eerst iets over de laatste van deze beide vragen! Aan volledige beantwoording daarvan kan ik natuurlijk niet denken. Want omdat' wij in deze niet, als in de natuur-

Sluiten