Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee of er een ambtsdrager blijft of heengaat. Niet m ij n akkerwerk, niet mijn gebouw zijt gij. Ik was slechts Góds arbeider op Zijn akker, Góds steenhouwer en bouwer aan Zijn bouwwerk. Dat licht moge vallen over het afscheid van deze avond. Ik ga U spreken over:

Wij zijn Gods medearbeiders.

Met dat woord heeft Paulus het rechte licht laten,vallen over z'n

eigen werk in Corinthe en over dat van Apollos en daarmee over

alle ambtelijke arbeid in de gemeente des Heeren.

Al die ambtsdragers zijn met elkander arbeiders van God. En hun

werk is daarmee gekarakteriseerd als dienstwerk.

Gods medearbeiders, leest ge hier. Maar die naam bedoelt allerminst

om de ambtsdragers in hun zorg voor de kerk op één lijn te

stellen met den Heere Daar worden geen grenzen door uitgewist.

Daar wordt met die naam alleen maar oog gegeven voor 's Heeren

bestel in Zijn zorg voor de kerk.

Zo kan een leider van een groot bedrijf van z'n medewerkers spreken. Daar wordt het positie verschil tussen den leider en zijn staf niet mee verdoezeld. Daar wordt hun alleen maar de eer mee gegeven, dat hun arbeid onmisbaar is, zal het bedrijf goed lopen. Ze blijven medewerkers onder zijn leiding. Medewerkers, die zich aan zijn opdracht hebben te houden. Medewerkers, die ten volle verantwoording schuldig zijn aan hem.

Zó zijn wij Gods medearbeiders. Niet, laat ik er dat maar uitdrukkelijk bijzeggen, als of de Heere zonder ons Zijn werk niet af zou kunnen, want onmisbaar zijn we voor Hem waarlijk niet. Maar zo wil de Heere nu eenmaal zorg voor Zijn gemeente dragen: door een staf van mensen, die arbeiden in Zijn dienst, die als het ware Zijn handen zijn, Zijn instrumenten. Wij blijven: arbeiders van God.

En door die naam moeten alle ambtsdragers zich iets laten zeggen. Zij moeten er zich door laten zeggen, dat ze door God gezónden zijn. In het geloof, dat de Heere mij zond, ben ik tot U gekomen, nu bijna vijf jaar geleden. En in het geloof, dat de Heere mij zendt naar een ander deel van Zijn grote akkerwerk om daar te gaan werken, ga ik nu van U heen.

En in dat geloof moet gij mij laten gaan, broeders en zusters - ook

DE AMBTELIJKE ARBEID AAN DE KERK.

1. 2. 3.

Het karakter van de ambtelijke arbeid. De inhoud van de ambtelijke arbeid. • Het doel van de ambtelijke arbeid.

I.

Sluiten