Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al weet ik - en ik ben er den Heere innig dankbaar voor - dat gij, als gemeente, mij o zo node laat gaan; ook al weetik, dat het uw gebed is geweest, dat de Heere mij hier nog een weinig zou laten. Maar, in dat geloof moet gij nu ook van den Heere een ander Dienaar des Woords begeren. Zegt het maar in uw gebed tot uw God, dat gij toch Zijn akkerwerk zijt, en dat Hij toch maar te zeggen heeft tot één van Zijn dienaren: Ga, en hij gaat. En bidt van Hem, dat Hij spoedig dat woord spreke tot één van Zijn arbeiders.

En weet ge, wat ambtsdragers zich door die naam: Gods arbeiders ook moeten laten zeggen?

Dat ze naar Zijn opdracht werken moeten! Dat zij de richtlijnen, die Hij hen gaf voor hun werk moeten volgen. En als ik U dan in 's Heeren Naam de schoonheid van het verbond Gods heb gepredikt - het was naar Zijn opdracht. Als ik U de heerlijkheid verhalen mocht van al de beloften, die de Heere in het verbond geeft, en als ik U de weelde vertellen mocht van het leven bij de beloften, het was naar Zijn opdracht. Ik heb daarin Zijn Woord verkondigd. En als ik U de vloek des verbonds voorhield, die zeker ieder vinden zal, die de wegen des Heeren verbat en moedwillig blijft verlaten, het was Zijn opdracht. En de Heere vergeve het mij, zo ik naar die opdracht niet luisterde soms, en haar niet volbracht.

En dan tenslotte: Dit moeten de ambtsdragers zich ook laten gezeggen door hun naam „arbeiders van God": ze zijn Hem verantwoording schuldig.

Onwillekeurig gaan we zelf ons werk toetsen. Misschien wil ook de gemeente het doen, maar - haar is het oordeel over het werk van haar ambtsdragers niet gegeven door God. We gaan met onszelf in het gericht. Dan zien we weer met hoeveel gebrek Gods werk door ons werd gedaan. We zien het tekort. We zien ook onze beste ambtelijke werken met zonden bevlekt. Straks gaat God er over oordelen.

Op het enige fundament Jezus Christus heb ik gebouwd. Straks komt de dag, die het verklaren zal. Straks ontsteekt God Zijn vuur en Hij zal ook mijn werk daar in werpen. Zo het blijft zal er loon wezen. En het z£l blijven zo op dit enige fundament het goud en het zilver en het kostelijk gesteente van Gods waarheid is gebouwd ... het goud en het zilver en het kostelijk gesteente, dat uit de wonderrijke mijnen van Góds Woord is opgedolven, en dat in trouwe arbeid door de schachten naar boven is gedragen, waar het glanst en gloeit in het licht. Het zal vergaan - zo het het hout en het hooi en de stoppelen waren van menselijke wijsheid, van menselijke dwaasheid in het kleed van de wijsheid.

De Heere weet hoezeer ik begeerd heb en nog altoos begeer goud en zilver en kostelijk gesteente te bouwen op het enige fundament Jezus Christus.

Sluiten