Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

digheid. (Rom. 3 : 25) Het is ongetwijfeld ontroerend schoon geweest, de herders uit Debora's lied van Gods gerechtigheden te horen spreken. Maar - de herders van de schapen van Gods weide zij. die tussen de plaatsen zijn, waar men levend water schept, zij kunnen er toch heerlijker van spreken.

Die herders uit Debora's lied hebben enkel maar in de geest de berg Thabor beklommen, waar Sisera verslagen werd. Uw herders zijn in het geloof op Golgotha geweest. Daar hebben zij Gods rechtvaardigheid gezien. Zij hebben die gezien in het bloed van Christus, dat neerleekte uit zijn vele wonden. En in het kleed, dat verdobbeld werd. En in de lippen, die door dorst werden gekloofd. En ze hebben die gehoord in de roep van Christus, die uit zijn bange verlatenheid scheurde: „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?"

Daar was de tóórn Gods in over de zonde en hoe worstelde daar de verbondszegen om doortocht.

En ga nu niet weg van Golgotha. Gij hebt nog niet alles van Gods rechtvaardigheid gezien, als ge Christus hebt zien krimpen onder de last van Gods toorn.

Wachten moet ge, tot ge een zondaar hebt zien knielen aan de voet van het kruis. Daar hoort ge hem zijn schuld belijden. Ge hoort hem bidden:

Vergeef mij al mijn zonden " Die Uwe hoogheid schonden . . . En zie nu - maar het geloof alleen kan het zien - dat die mens uit Gods hand vergeving ontvangt. En hóór nu - maar in het geloof alleen kunt ge het horen - hoe God spreekt: Mijn zoon, Mijn dochter; Uw zonden zijn U vergeven. Dan hebt ge Gods rechtvaardigheid gezien.

En die is geopenbaard in het Evangelie, dat ik U zal mogen verkondigen.

Dat Evangelie zingt ervan in tonen, die het hart verrukken. Dat Evangelie schildert haar voor ogen in schoonste kleuren. Het oor, dat doorboord is beluistert het. En het oog, dat geopend is, ziet het.

En het hart, dat door God is aangeraakt springt op van vreugde. Want daar staat niet zonder oorzaak in onze tekst, dat het Evangelie geopenbaard wordt uit geloof.

Waar het geloof ontbreekt, daar ziet men het niet, en daar hoort men het niet.

Zo zal ook de prediking van het Evangelie voorbijgaan, aan wie niet gelooft. Die staat er innerlijk vreemd tegenover. Maar zalig is wie gelooft.

Die ziet Gods rechtvaardigheid schitteren in het Evangelie. En het woord van den psalmist is hem uit het hart gegrepen:

Mijn hart zal steeds op U vertrouwen Mijn mond vindt tot Uw lof,

Sluiten