Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weergegeven in woord en geschrift.1) Zoo klinkt over de wereld tweeërlei spraak van Jeruzalems omgeving uit: de stem van Golgotha, die verzoening, de stem van Hinnoms dal, die verwerping meldt. Naar Golgotha hebben de herauten van het blijde christendom gewezen, maar ook naar Hinnoms dal. En alleen zeldzame oppervlakkigheid kon kruistochten uitroepen, om op Golgotha's heuvel een rustbank, uit marmer gehouwen, te plaatsen voor de vermoeide menschheid, doch zonder ook maar te letten op de stem der vertreden liefde Gods, die klaagde uit het diep van Hinnoms dal, een stem, die klaagde en weende, weende. God heeft Sion, den hoogen berg, en ge-hinnom, het diepe dal, dicht bij elkaar geplaatst. Maar de menschen hebben voor de zooveelste maal gescheiden, wat God had samengevoegd. Ze hooren niet meer

wat ge-hinnom, wat ge-henna zegt

* *

* v Intusschen blijft 't voor ons de vraag, wat we nu te denken hebben van dit alles. Hoe is nu bedoeld, dat dreigende gerucht van worm en vuur, van vlam en duisternis, van knersende tanden en weenende oogen, van verminkte zielen en den dood ontvangende lichamen?

Zullen we u nog moeten zeggen, dat geen mensch, die nog eerbied heeft voor de Schrift, er aan denken kan, dit alles letterlijk te verstaan ? Dacht gij, dat wij, gereformeerden, het ook niet wisten, dat al die gruwzaamheid, ik zeg niet slechts symbolisch, maar dan toch wezenlijk symbolisch verstaan wil worden? Laat ons toch ophouden, aan dergelijke Schriftwoorden 'n schijn van recht te ontleenen voor malle, maar tegenover de orthodoxie niet malsche helle-tirades als van H. Bakels, wanneer hij 't over de gereformeerden heeft (vgl. bl. 11). Heusch, een gereformeerde lacht om de

') Zie, behalve de reeds genoemde plaatsen o.a. nog Romeinen 2 : 5-9; ?,:^?; Graten 6:8; Philippenzen 1:28; 3:19; I Thessalonicenzen 1:10; 5:3; II Thessalonicenzen 1:9; Hebr. 10:31; 2 Petr. 3:7 en verschillende plaatsen in de Openbaring van Johannes.

Sluiten