Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

immers, ten slotte moet alle waarachtig licht het oog, dat aan duisterheden gewend is, wel pijn doen. Maar... ongelijk had hij, toen hij meende, dat die wensch in vervulling zal gaan, wanneer de ziel van den van God verlaten mensch zich in 't kwade „sterkt" en bevestigt.1) Nooit kan toch een menschenkind uitwisschen het stempel, dat Gods hand op elk individueel bestaan gedrukt heeft.

Daarom en daarom alleen zal de hel zoo verschrikkelijk rijk zijn. Daarom en daarom alleen zal wie den goeden strijd niet gestreden heeft, een zwarten keursteen van veroordeeling ontvangen en op dien keursteen een nieuwen naam, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.2) Daarom en daarom alleen zal er een allerindividueelste expressie bij ieder zijn van de allerindividueelste srnart-emotie. Daarom zal de afgrond even pluriform zijn als de berg Sion.

Het spreekt voor ons wel vanzelf, dat wij blijven staan bij dezen algemeenen trek en ook hier weer niet ons wagen aan een détailschildering. Al weten we, dat er in hemel en hel bepaalde klassen en graden en trappen zijn (het onmisbare gevolg van den onderscheiden aanleg der zielen), toch willen we geen oogenblik ook maar toegeven aan den drang, om de nadere uitwerking van deze gedachte buiten den bijbel om te geven.

Men weet, dat zulk een poging eenmaal gewaagd is in het monumentale epos van Dante : De Hel. Dante's poëzie was doortrokken van demiddeleeuwsch-scholastieke theologie; en omdat deze gaarne vaste lij nen trekt en nauwkeurige onderscheidingen maakt, wat gene misschien minder gaarne doet, daarom is Dante, in wien de theoloog het soms won

') E. Swedenboro, Apocalypse revealed (Apocalypsis revelata) London, 1897,

zegt dat ze wenschen „to be defended against influx from heaven until

they do not acknowledge anything DIvIne in the Lord" (bl. 225). En ook: „The more an evil spirit confirms himself in what is false and evil, the more he guards himself from the influx of heaven and thus from being tormented by it" (bl. 807).

*) Vgl. Openbaring 2 : 17.

Sluiten