Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als Heiland, die ons vernederde lichaam, dat lichaam, dat wij in vernedering dragen — wij, oudjes, weten er alles van! — veranderen zal zóó dat het gelijkvormig wordt aan Zijn heerlijkheidslichaam, want daartoe heeft Hij de macht, want alle dingen kan Hij aan zich onderwerpen (Fil. 3 : 20, 21), Hij, wien gegeven is a 11 e macht in hemel en op aarde. (Matth. 28 : 18)

Indien dit alles nu zóó is gelijk wij u naar Gods eigen Woord hebben herinnerd, hoe behooren wij ons dan te gedragen in heiligen wandel en godzaligheid! (2 Petr. 3:11) Wij behoeven elkander nu de bijzondere gevaren van den ouderdom niet in bijzonderheden te gaan opsommen. Wij kennen ze wel uit eigen ervaring: ontevredenheid — gemelijkheid — jaloerschheid — wereldzin — onkuischheid — hebzucht — kwaadspreken — onvriendelijkheid — eigenzinnigheid ach, laat mij maar ophouden! Het lijstje is nog lang

niet volledig!

Indien wij christenen zijn, in Christus geheiligden en gereinigden, hoe bitterlijk moet dan iedere zonde ons leed doen, hoe diep moet zij ons telkens verootmoedigen, hoe nadrukkelijk hebben wij de vermaning noodig, die het kostelijke boekske van A. Murray: B1 ij f in Je z us, ons brengt! Leest, als gij kunt, deze teere, vrome „Overdenkingen over het zalig leven van gemeenschap met den Zoon van God" nog eens over. Hoe hebben wij allen, maar inzonderheid wij, oude menschen, nauwlettend toe te zien op onzen wandel en op onzen omgang met elkander, want wat is verschrikkelijker dan een oud christen, die zijn Heiland en zijn eigen grijze haren met

246-IV

Sluiten