Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen deze uwe krankheid en de maat uwer persoonlijke schuld voor God rusten — dat zijn geheimen, waarin ons arme verstand toch nooit vermag binnen te dringen — maar dat gij, óók gij, „brave, onberispelijke mensch," zooals de wereld u wellicht noemen zal, schuldig, doods-schuldig voor God staat en als een overtreder van al Zijne heilige geboden voor Zijn aangezicht niet bestaan kunt, dat is de klare, duidelijke leer van het Evangelie en nu hebt gij u thans te onderzoeken óf gij u in waarheid voor Gods oog als een verloren zondaar hebt leeren kennen en leeren pleiten op de volkomene gerechtigheid en verlossing, die de Heiland door Zijn bitter kruislijden voor eiken berouwvoUen zondaar, dus ook voor u, verworven heeft.

„Zoon, wees welgemoed, uwe zonden zijn u vergeven."

Dat is een troostwoord, hetwelk de Heiland zelf eens gesproken heeft tot een kranke, bij wiens smartelijk ziekbed Hij in onmetelijke barmhartigheid stond. Het was de verlamde, dien zijne vrienden door het dak vóór Jezus' voeten hadden neergelaten. Zij meenden ongetwijfeld dat dit de beste troost voor hun zieken vriend zou zijn dat Jezus tot hem sprak: „Sta op en wandel en wees genezen van deze uwe kwaal." Maar Jezus, de groote Zielenarts, weet beter wat den kranke het nuttigst en heilzaamst is en zegt daarom tot hem: „Wees goedsmoeds, mijn zoon, uwe zonden zijn u vergeven." En dat woord heeft hem ook volkomen vertroost.

Gij ligt daar nu óók op het ziekbed, lieve kranke, gij voelt

Sluiten