Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij moeten leeren vertrouwen en wachten. Ik heb eens van Ds. Kamsteeg een prachtig stukje gelezen, waarin hij zoo teer en zoo zinrijk als dat zijn bijzondere genadegave is, ons de houding van den geduldigen Noach teekent, die maar bij het venster zijner ark staat te wachten op de komst der vertroostende duif. Als je dat ééns gelezen en dat beeld in je opgenomen hebt, zie je daar telkens dien turenden man over de eindelooze watervlakte staren, vertrouwende dat zijn snelwiekende afgezant hem wel een blijde tijding brengen zal. Dat is onze ware houding, lieve zieken, ook gij, die onbewegelijk te bed moet liggen: te staan bij het venstertje, dat naar Jeruzalem uitziet en te wachten op de teekenen der komende verlossing. Maranatha-christenen te zijn. Eiken dag de wolken er op aan te zien öf zij zich nog niet schikken tot Jezus' zegewagen. Uw verlossing nadert. Misschien óók nog wel de tijdelijke verlossing uit deze krankheid, maar ach, straks komt er tóch weer een andere, die n i e t meer wijken wil en die u op Gods bevel henenleidt* naar de wateren van den Jordaan. Maar de ware, de g r o o t e verlossing hier in dit lichaam des doods, dit lichaam vol gebreken en pijnen en kwalen, zal deze zijn: dat Jezus' zachte hand u vastgrijpt en u uit dit land van schaduwen en donkerheden overbrengt naar de zalige rust van den eeuwigen Morgenstond.

Gij zijt toch niet bang om te sterven, lieve kranke? Gij wik toch wel heel vast en heel zeker gelooven dat de Heere Jezus zelf u zal bijstaan en dat Hij Zijn belofte gestand zal doen: Is zal u niet begeven noch verlaten? Ik ben met u a 11 e

Sluiten