Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de Buitengewone Generale Synode der Geref. Kerken in Nederland, gehouden wordend te Assen in 1926.

Weleerw. en Eerw. Heeren en Broeders,

Ondergeteekende, bezwaard over de uitspraak der Buitengewone Generale Synode der Gerei Kerken in Nederland, gehouden te Assen, 26 Jan. tot 17 Maart 1926, in zake „de slang en haar spreken", zooals die uitspraak voorkomt in de Acta dezer Synode, Art. 149, p. 33, ziet zich genoopt 't volgende onder Uw aandacht te brengen:

Allereerst wenscht hij zijn instemming te betuigen met wat de Synode in den Open Brief p. 35 v. schrijft, als het daar heet: „Het Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft. Maar dat geloof moet ook voor waarachtig houden en aannemen al wat ons God in zijn Woord geopenbaard heeft. Laat geen enkel deel van het Woord des Heeren losl Kweekt ook bij Uw kinderen eerbied en liefde voor Gods getuigenis en werkt er krachtig toe mede, dat zij in de kennis der waarheid mogen toenemen, zoodat ze niet als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer. Laat uw geloof zijn echtheid ook toonen in een leven naar de Schrift.

Verder zij het hem vergund vooraf nog deze opmerking te maken: Dat hij zich tot de Synode wendt, die thans vergadert, is niet met zijn eigen instemming, doch vi coactus (door geweld gedwongen). Hij toch vermag het niet anders in te zien, dan zoo, dat er geen recht bestaat van een bezwaarde te vorderen met zijn gravamen tegen een beslissing van een bepaalde Synode zich bij diezelfde Synode te vervoegen. Hij is van oordeel, dat naar het Geref. kerkrecht het alzoo gebeurt, dat een bezwaarde omtrent een beslissing van een bepaalde Generale Synode zich met zijn gravamen tot de volgende Generale Synode wendt en hij rechtens niet gedwongen kan worden dat gravamen bij dezelfde nog zitting houdende Generale Synode in te dienen.

Sluiten