Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschil van gevoelen over rijzen kan? Wij lezen toch duidelijk van een hof met vele boomen, van twee bijzondere boomen apart met bijzondere beteekenis, van de slang die tot Eva spreekt ? Wat wil men dan toch ? Wie kan daar nu bezwaar tegen hebben of moeilijkheden er mee? Voor den geloovigen bijbellezer is hier immers niets bijzonders? En wij allen, gereformeerden, en nog heel, héél veel christènen van andere gezindte, in het lieve vaderland en daarbuiten met ons, aanvaarden vol kinderlijken eerbied en diep ontzag de letter van dit verhaal als heilige tekst, als het geloofwaardig getuigenis dat God in Zijn Woord tot ons spreekt.

Als het zoo staat, m.1. wanneer dit aanvang en uitgangspunt der Synode is, hoezeer moet dan niet den schijn tegen hebben en dus ook van meet af de stemming van het eenvoudige, vrome volk tegen zich krijgen, wie aan dat volk wordt voorgesteld als een die het waagt ook maar de mogelijkheid te stellen van een andere opvatting dan wij samen hebben gelezen, dat er letterlijk staat. „Een slang is toch een slang, spreken is spreken, en boomen zijn boomen ?"')

En al weer, als het zoo staat en dit het uitgangspunt der Synode is, hoezeer moet dan deze Synode niet een voorsprong hebben en dadelijk voorspraak krijgen van elk geloovig hart, waar zij zich voordoet als niets anders te bedoelen dan den letterlijken zin van het eigenlijk verhaal te handhaven tegenover het gevaar om in naam der wetenschap den inhoud der Schrift onzeker te gaan stellen door te twijfelen aan wat er staat.

Maar is dit het geval?

Handhaaft werkelijk de Synode den eigenlijken en letterlijken zin der H.S. in deze hoofdstukken? Doet zij niets anders en niets meer? En, is er bij Dr. Geelkerken en zijn medestanders metterdaad het gevaar aanwezig om den tekst te gaan betwijfelen en den Schriftinhoud onzeker te maken?

Wij kunnen het niet inzien.

Wel iets anders. Eer het omgekeerde.

Dit ga ik u nader toelichten.

Om te beginnen, moet eerst vaststaan, dat de Synode niets anders doet dan den eigenlijken en letterlijken zin van Gen.II en III handhaven. Wat ik ten sterkste betwist. De Synode zegt het wel en bedoelt het ook, maar ze doet het niet. Dat moet ons eerst duidelijk worden.

Het is een groote misvatting van de Synode, eene misvatting waarin zij duizenden eenvoudigen meesleept, die haar goedgeloovig volgen, wanneer Zij beweert op te komen voor de klaarblijkelijke bedoeling van het schriftverhaal tegenover een richting of standpunt dat om wetenschappelijke moeilijkheden de beteekenis van den tekst in zijn bijzonderheden onzeker wil stellen.

Een groote misvatting.

In de eerste plaats omdat het standpunt der Synode een ander is dan dat van de eenvoudigheid des geloofs. En in de tweede plaats omdat het standpunt dat Dr. Geelkerken en zijn medestanders aanhangen niet is het standpunt dat de Synode bestrijdt. Wat het eerste betreft is de Synode niet duidelijk en zuiver in haar voorstelling, wat het tweede aangaat gaat zij feil in hare bestrijding, vechtend tegen een gevoelen dat niet anders bestaat dan in de

*) Zie prof. Dr. G. Cu. Aalders. De exegese van Gen. a en 3 en de beslissing der Synode van Assen. Uitgave van J. H. Kok, Kampen bl. 9.

Sluiten