Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broeder, die na een uitspraak van zijn Kerkeraad niet bevredigd is, gedurende ruim een maand van dien Kerkeraad dan niets meer hoort?

De oorzaak van br. M.'s tweede beroep op de Classis zou eveneens „allereerst en allermeest" zijn geweest „de houding van den Kerkeraad, die de door hem genoemde getuigen niet hoorde"1), en niet het feit, dat, volgens br. M., de Classicale Conimissie haar werk niet behoorlijk verricht had.

Nu is er in den tweeden brief van br. M. aan de Classis2) inderdaad een gedeelte, waarin deze zich beklaagt over zijn Kerkeraad. Hij heeft ni. zijn wijk-ouderlingen bij hun bezoek kennis gegeven van allerlei bedenkelijke uitlatingen, die zoowel door mij, als door den ouderling br. K. v. d. Berg, zouden Zijn gedaan in gesprekken niet met hem, maar met een tweetal andere gemeenteleden. Hij acht, dat de Kerkeraad „gerekend moet worden daarvan behoorlijk rapport te hebben gekregen."8) En in dit verband klaagt bij nu: Niettemin blijft elke verdere actie van den Kerkeraad tot op heden uit ;*) blijkbaar met die „verdere actie" dus bedoelende een werk maken door den Kerkeraad van die „bedenkelijke uitlatingen." Maar hoe, niettegenstaande dit gedeelte van M.'s brief, iemand nu kan beweren, dat in dat schrijven „allereerst en allermeest" geklaagd wordt over den Kerkeraad en niet over de Classis en haar Commissie, is mij een raadsel. Immers, blijkens de bewoordingen zelve van dat schrijven, kan br. M. met de conclusie der Classis „even weinig instemmen als met de ongegrond-verklaring (zijner) bezwaren door den Kerkeraad."')

Het is hem „geheel onverklaarbaar, hoe de Kerkeraad aan (de Classicale)

Commissie de zekerheid (heeft) vermogen bij te brengen, dat niet (z)ijne (br. M.'s), maar (des Kerkeraads) lezing (aangaande het door Dr G. in zijn preek gesprokene) de juiste is."4) De poging der- Classis om zijn „bezwaren te ontzenuwen door ze te verlagen tot een kwestie van tweeërlei lezing," moet hij „afwijzen.''7) Hij legt „nogmaals"8) zijn bezwaren aan de Classis voor, thans „met (de) getuigenissen versterkt"'), die hij reeds vroeger mondeling aan haar Commissie heeft medegedeeld, in de hoop, dat „thans een grondig en afdoend onderzoek worde gedaan.10) En, indien de Classis, onverhoopt, hiertoe niet zou besluiten, dan verzoekt hij haar „zich ervan te vergewissen, welke redenen {haar) Commissie et toe hebben geleid, de door (hem) aan haar bekend gemaakte getuigenissen voorbij te gaan, zonder daaraan die aandacht t» schenken, die de ernst der zaak, (der) Commissie onbetwistbaar oplegde."11) Vrage : schrijft hier nu iemand, die zich over zijn Kerkeraad beklaagt, öf een, die zich beklaagt over de Classis, haar Commissie, en haar besluit?

*) Acta, blz. in.

•) Acta, blzz. 53 v.v., Bijlage V.

•) Acta, blz. 55. Dat hèèft de Kerkeraad inderdaad. En zoowel br. K. v. d. Berg als Dr Geelkerken hebben toen onmiddellijk en spontaan den Kerkeraad hem (d.i. den Kerkeraad) geheel bevredigende inlichtingen gegeven omtrent den aard en den inhoud der gesprekken, waarin deze uitlatingen zouden zijn gedaan.

*) Acta, blz. 55.

*) Acta, blz. 53.

*) Acta, blzz. 53V.

') Acta, blz. 55.

8) Acta, blz. 55.

*) Acta, blz. 55.

*•) Acta, blz. 55. .. u) Acta, blz 55. Cursiveeringen in het bovenstaande alle van mij. G.

Sluiten