Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van ambtsdragers afgelegd, welk getuigenis toch zeker in elk geval wel opweegt tegen dat van br. M., zelfs mèt zijn drie „getuigen."

Het is eenvoudig verbijsterend, hoe weinig beteekenis en kracht in heel deze „zaak", ook door de Synode in haar Rapport, gelijk te voren door de Classis Amsterdam, wordt gehecht aan het ambtelijk getuigen van achttien trouwe broeders. Br. Marinus durft in zijn tweeden brief aan de Classis1) zonder blikken of blozen te schrijven: „De Kerkeraad heeft zichzelf door onachtzaamheid, door niet naar den eisch der ambtelijke roeping te hooren naar wat in de prediking werd verkondigd, feitelijk buiten de bevoegdheid gesteld, om over de waarheid en de waarde der beschuldiging eenerzijds en de ontkenning ervan anderzijds, te oordeelen. Let wel, de bevoegdheid, om zelfstandig te beslissen wie van ons beiden, Dr Geelkerken of ondergeteekende gelijk heeft." Het schijnt wel, alsof de Synode van Noord-Holland, die ih heel haar Rapport, ook zelfs inzake deze uitlating van br. M., nergens aanleiding schijnt te vinden om hem pok maar in het minste te laken, en daarentegen op den Kerkeraad en mij eigenlijk alles aan te merken heeft, over de opzieners van Amsterdam-Zuid even onwaardig denkt als deze „bezwaarde" broeder er over schreef, en ook de Classis Amsterdam bleek te doen.2)

c. De preek-coupure het „ruimte voor afwijkende gevoelens." — Ik moge nog eens herhalen: welk preek-gedeelte doet dit niet? En, zooals ik reeds ter Classicale vergadering van 18 Maart opmerkte : waarom dan niet gewacht tot m deze „ruimte" ook werkelijk „afwijkende gevoelens" zich gaan voordoen instede van haar inmiddels te vullen met de giftgassen van allerlei wantrouwen en argwaan ? 8)

d. Het zou voor mij de „meest gemakkelijke wijze" geweest zijn om „de zaak te beëindigen." *) Ik meen echter nog steeds, dat niet het „gemak" en de

*) Acta, blz. 54. .

*) Zoo ook Ds Knoppers in zijn: Pilaar enz. passim. Een zeer kras staaltje is hiervan te vinden op blzz. 14 v. dier brochure. De schrijver daarvan bemoeit zich daar met de interne aangelegenheden van den Kerkeraad van Amsterdam-Zuid, waarmede de actuarius der Classis Amsterdam, ook ,,semi-officiëel", niets te maken heeft. En hij geeft ook daar een voorstelling van zaken, welke met de werkelijkheid geheel in strijd is. Dit is intusschen reeds publiek gebleken door de benoeming door den Kerkeraad van Prof. Dr C. van Gelderen tot ouderling. Deze benoeming van iemand, die zelfs medewerkte aan het befaamde, „eenparig" advies der Hoogleeraren, zal toch wel niemand kunnen beweren, dat demonstreert het bestaan bij dien Kerkeraad van een „uitsluitingssysteem", dat, „mdruisch(end) tegen de Christelijke liefde en rechtvaardigheid", „stelselmatig (uitsluit) degenen, van wie men vermoedt, dat zij anders denken dan de meerderheid."

*) Soortgelijke opmerking wordt gemaakt in : „Ons aller Moeder". Een woord van voorlichting en getuigenis inzake de kwestie-Geelkerken door Ds C. B. Bavinck cj. Uitgave : J. H. Kok, Kampen blz. 28; een geschrift, waartegen wel inzonderheid de duidelijk merkbare wrevel van Ds Knoppers in zijn : Pilaar enz. zich richt. Geen wonder, de edele zuil dezer vijf predikanten staat heel wat vaster dan de pilaar van Ds Knoppers, die telkens doet denken aan de met allerlei rommel opgevulde kolommen, waarop de koepel der St. Pauls-kathedraal te Londen tot voor kort oogenschijnlijk zoo vast rustte.

•) Hier doet het Rapport iets heel leelijks. Het zegt (blz. 114) : tA* Kerkeraad van Amsterdam-Zuid verklaart zelf in zijn „Vertrouwelijk schrijven" (pag. 103), dat „indien Dr Geelkerken" deze verklaring had afgelegd, „dan was de zaak opgelost . Dit is valsch geciteerd; en ook Ds Knoppers, die zelf schrijft (Pilaar enz., blz. 5) dat de gewisselde stukken „alle in (zijn) bezit (zijn) als Actuarius", en die dus ook

Sluiten