Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begeerte om een onaangename zaak „te beëindigen", onze gedragingen mogen bepalen. Recht, eer, karakter, de waardigheid van het ambt, zij moeten meer gelden.])

Ook oprechtheid en waarheid tot in het kleinste. In dit licht leze men dan ook mijn opmerking *): „De (door de Classis) gevorderde verklaring kon niet in goede consciëntie door mij worden afgelegd, wijl uit den aard der zaak in hetgeen br. Marinus meende gehoord te hebben, wel iets, zij het ook nog zoo weinig, moest zijn wat inderdaad door mij gezegd en dus ook bedoeld was, Zij het dan ook met een andere strekking en in een ander verband, zoodat waar en onwaar, in hetgeen hij beweerde te hebben gehoord, dooreengemengd waren." In dit licht, en in geen ander. Ook niet in het valsche licht van het Rapport: „Hier erkent dus Dr Geelkerken zelf, dat met een eenvoudig beroep op de „coupure" het geschil niet kon opgelost worden."5) Juist een eenvoudige vergeh'jking van den inhoud der coupure met de beweringen van br. M. doet zien, hoe terecht ik bovenstaande opmerking maakte.

Ik zou door mijn weigering getoond hebben „weinig of mets te willen doen om bezwaarde broeders te winnen en de rust en den vrede in (mijn) kerk te bevorderen". — In dit opzicht wil ik mij aansluiten bij de zienswijze van den Kerkeraad van Amsterdam-Zuid, die toch geacht moet worden juister over plaatselijke toestanden, verhoudingen en personen te kunnen oordeelen dan Classis of Synode, en die, beter ingelicht omtrent „het karakter van de actie, die den psychologischen achtergrond vormt van klachten als die, welke tot de onderhavige quaestie aanleiding gaf", ernstig meende te moeten waarschuwen, „geen voedsel te geven aan een kleine groep van ontevredenen, die reeds te lang naar buiten omtrent de kerk van Amsterdam-Zuid en haren tweeden predikant een geheel verkeerden indruk hebben gewekt"*). Er is zeker niemand, die betwisten zal, dat „iemand" — in dit geval br. M. — „recht moet kunnen krijgen". Maar dat daarom een predikant verplicht zou zijn om, naast Zijn vrijwillig gegeven schriftelijke verklaring van hetgeen hij predikte, nog een afzonderlijke verklaring af te leggen ten gelieve van een broeder, die niet te vinden was voor een persoonlijk gesprek, ook na de herhaalde uitspraak van zijn Kerkeraad „nog niet gerust gesteld" is, en zegt afwijkende gevoelens „te moeten constateeren naar zijn indruk", *) maar zelfs aan een schrifte-

beter weten kan, maakt zich aan hetzelfde schuldig; zie Pilaar eta.Mz.31 v. De kerkeraad verklaarde dit niet, maar vermeldde op de aangehaalde plaats in zijn „Vertrouwelijk schreven" de meening der Classicale Commissie.DeKerkeraad Wilde juist van het afleggen van die verklaring niets weten en ook zijn afvaardiging ter Classis van 18 Maart kwam hiertegen op (Zie wat in het Vertrouwelijk schrijven,

ii 4?3' ?cmer cnnuddeUijk volgt op bovenstaande aanhaling). >T«™ zegt dan ook b.v.Mr. A. C. G. van Proosdij in diens : Recht in de zaak-Geelkerken. Uitgave s N.V. Boekhandel W. ten Have, Amsterdam, blz. o: „Keent kan soms méér waard zijn, dan rust en vrede 1

*) Oude vragen enz., blz. 17.

3) Desgelijks ook Ds Knoppers, Pi/aar enz, bh?. 33 •* „Hier erkent Dr Geelkerken aus zelt, dat met een eenvoudig beroep op de zoogenaamde coupure het geschil met was uit te maken en er dus wel degelijk reden was voor de gevraagde verklaring." Hier en elders in zijn vlugschrift praat Ds Knoppers, die overigens zooveel kritiek heeft, eenvoudig kritiekloos de „officiëele" stukken der Classis en der N.-Holl. Synode na.

*) Bezwaarschrift van den Kerkeraad van Amsterdam-Zuid, Acta, Bijlage X, blz. 98. •J Acta, blz. «8; cursiveering van mij. G.

Sluiten