Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijne Heeren Studenten, als ik u in de laatste plaats toespreek is het niet omdat ik de betrekking waarin ik heden tot u treed de minst beteekenende acht. Ik gevoel integendeel van welk een onberekenbaar gewicht de relatie van hoogleeraar en studenten is. En als ik in iets mijne afhankelijkheid gevoel dan is het wei hierin, om voor u te zijn wat gij mogelijk van mij verwacht, en wat ik zoo gaarne voor u wezen wil. Of ik werkelijk niet alleen uw leidsman zal kunnen zijn bij uwe studiën, maar ook vormend zal kunnen inwerken op uwe persoonlijkheid, of ik niet alleen uw hoofd zal kunnen vullen, maar ook uw hart zal kunnen winnen, of ik niet alleen uw leermeester maar ook uw vriend zal kunnen worden, ziet dat zijn vragen, waarvan de beantwoording alleen ligt* in de hand van Hem, bij wien al onze paden zijn (Dan. 5 : 23). Maar dit kan ik u wel verzekeren dat ik mijn ideaal hooger stel dan u door een zeker aantal collegeuren een bepaalde dosis wetenschap toe te dienen; ik zal ernaar streven u zooveel in mijn vermogen is te helpen op den weg die tot zelfstandige studie leidt; ik zal ernaar streven u zooveel ik kan te helpen ook — en daarmede heb ik niet alleen de Theologen op het oog — in al uwe vragen of twijfelingen; ik zal ernaar streven wezenlijk, innig contact met u te verkrijgen en te behouden. Ik hoop dat de noodzaak om mijne woonplaats te kiezen buiten deze stad daarvoor geen onoverkomelijk bezwaar zal blijken te zijn. En voorts zij uwe en mijne verwachting alleen van Hem, in wien wij leven, ons bewegen en zijn, en die in Christus Zijnen Zoon goedgunstig nederziet op degenen die, hunne roeping verstaande en behartigende, op Hem hunne hope hebben!

Ik heb gezegd.

Sluiten