Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

min, dat wij hiermede iets zouden aanvaarden, dat aan de Christelijke en speciaal aan de Gereformeerde gedachtenwereld tot dusver vreemd zou zijn geweest.

We zagen juist integendeel, dat de hedendaagsche organische opvatting een herleving is van eene opvatting, die van Aristoteles af op de denkwereld een grooten invloed heeft uitgeoefend, ook op die van het Christendom, gelijk er dan ook in de Schrift aanknoopingspunten voor worden gevonden. Zoo nam ze bv. ook in de gedachtenwereld van Calvijn een belangrijke plaats in.1)

En wanneer nu de nieuwere tijd voor het op den voorgrond stellen en uitwerken van de organische opvatting een bijzondere verdienste heeft, dan geschiedde dit wel van den aanvang af door velen in beslist naturalistischen zin2), maar is dit toch ook weer niet uitsluitend het geval geweest. Ook van uit positief-Christelijk standpunt werd positie gekozen tegenover de mechaniseering der Wereld door de Aufklarung. Ieder denkt hier aanstonds aan onzen Bilderdijk: hij was „een levend protest tegen de theorieën der Aufklarung" en riep „den verdwaasden en verdwaalden mensch tot zichzelven terug, van den omtrek tot het middelpunt, van het verstand tot het hart, van de rede tot het gevoel, van den wil tot de behoefte"; en hij grondde deze organische beschouwing op zijn geloof in den Drieëenigen God. Voor hem heeft de wereld geen bestand in zichzelve, maar is ze creatuurlijke uitdrukking van de oneindige levensvolheid, die in God is.3)

Nu zegt het bovenstaande nog weinig aangaande de plaats, die de vroegere Gereformeerden in hun Schriftbeschouwing aan de organische gedachte hebben toegekend. Men kan de organische eenheid van het menschelijk geslacht, van de kerk enz. sterk op den voorgrond stellen, en tevens aangaande de Schriftinspiratie eene vrij mechanische voorstelling huldigen. Bij het laatstgenoemde punt gaat het meer om den juisten blik op de historische samenhangen; en

x) Vgl. Prof. Dr. I. Bohatec, De organische idee in de gedachtenwereld van Calvijn (Antirevolutionaire Staatkunde, Januari en April 1926).

2) Dr. H. Bavinck, Bilderdijk als denker en dichter, Kampen, 1906, bl. 212, 217. *) Eucken, a. w. bl. 139.

Sluiten