Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slopen echter twee ernstige misstanden in. Allereerst kreeg in de Roomsche kerk de traditie steeds hooger aanzien. Wat de Doctoren der kerk en vooral wat de Paus tot kerkleer stempelde, verwierf hetzelfde gezag als de Bijbel. In de tweede plaats werd de Bijbel steeds meer beschouwd als een wetboek, met allerlei rechtsbepalingen. Het deed er niet toe, of de mensch innerlijk door de waarheid der H. Schrift overtuigd was geworden. Hij moest zich kortweg aan den Bijbel onderwerpen, evenzeer als hij verplicht was tot gehoorzaamheid aan de wetten van den staat. „Aber Religion ist nicht Recht, und Frömmigkeit is nicht die auszere Befolgung von Rechtssatzungen — sie mogen nun inspiriert sein oder nicht — Religion ist inneres Erleben der Kraft Qottes, und Frömmigkeit ist freie Unterwerfung unter die lebendige Person Gottes" (S. 10).

Luther hield aan de autoriteit der Heilige Schrift beslist vast en bestreed, met een beroep op haar, Rome en de Wederdoopers. Dan, al was ook voor den grooten Hervormer de Bijbel het geïnspireerde Woord van God, toch heeft hij gedachten uitgesproken, die op den duur tot een radikaal breken met de voorstelling der Middeleeuwen leiden moesten. Als Luther van den Bijbel spreekt, dan denkt hij aan zijnen religieuzen inhoud n.1. Christus en het Christelijk geloof. Volgens hem wordt de waarde van een Bijbelboek hierdoor bepaald, of het „Christum treibtet". 't Overige is hem in betrekkelijken zin relatief. Vandaar zijn bekend oordeel over 't boek Esther, den brief van Jacobus en de Openbaring van Johannes. Vandaar ook, dat vergissingen op historisch gebied 't hem niet lastig maken. Tot dit standpunt kwam Luther door zijne opvatting van het geloof. Zijne groote ontdekking is, dat het geloof niet is eene onderwerping aan de letter, aan een gegeven leer, aan een stel rechtsbepalingen maar „der Glaube ist die persönliche Empfindung und Erfahrung des in Christus wirksamen Gottes oder die innerliche Hinnahme Gottes mit all seinen Gaben" (S. 12). Nu heeft Luther zelf de consequentie's uit zijne geniale visie niet getrokken. Hij had alleen den religieuzen inhoud van den Bijbel voor geïnspireerd moeten houden, maar dat heeft hij niet gedaan. Hij heeft toch weer den geheelen inhoud gebruikt als een Goddelijk recht, waaraan de mensch zich moet onderwerpen.

Sluiten