Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bindt zijne verworven kennis met de intuïtieve of geïnspireerde kennis. Daardoor wordt de eerste verrijkt en de laatste tot een vast en zeker bezit der ziel gemaakt. Natuurlijk geschiedt dit niet in eens maar geleidelijk.

Bij de verworvene kennis denken we 't eerst aan religieuze kennis, maar de kennis der natuurlijke en aardsche dingen behoort er toch ook bij. Hoe rijker en omvattender de natuurlijke aanleg van een geïnspireerde was, des te sterker streefde hij er naar de nieuw verworvene, intuïtieve kennis in verband te brengen met hetgeen hij reeds wist langs natuurlijken weg. Voor de auteurs van het Nieuwe Testament was de geheele geïnspireerde kennis van de OudTestamentische schrijvers uiteraard verworvene kennis, maar deze kennis werd door de wetenschap, dat het nieuwe verbond de beloften en de voorbeelden van het oude realiseerde, op 't nauwst met de Nieuw-Testamentische gedachten verbonden. Daarbij kwamen het Rabbinisme en het eigenaardige stempel, dat het latere jodendom aan de Oud-Testamentische gedachten gegeven had. Bij een machtigen geest als Paulus kunnen we waarnemen, hoe al deze elementen in beweging werden gebracht door de nieuwe kennis, die de Geest in hem verwekt had. Waneer Paulus nu voor een nieuw probleem kwam te staan, dan beproefde hij eerst, of hij het met zijne reeds aanwezige kennis oplossen kon. Gelukte hem dit, door de consequenties te trekken uit vroegere inspiraties, dan had zijne oplossing voor hem toch hetzelfde gezag als eene nieuwe inspiratie. Soms kwam bij de reeds gevonden oplossing nog eene nieuwe inspiratie bij óf voor hem zei ven tot versterking van de door eigen nadenken gewonnen slotsom óf om de lezers nog te meer te overtuigen van de juistheid van Paulus' oplossing, Rom. 9—11 ,* I Cor. 15.

Hier rijst van zelf de vraag, of de geïnspireerde auteur altijd de juiste gevolgtrekking gemaakt heeft ? En dan moet 't antwoord luiden: „dasz die biblischen Schriftsteller an sich gewisz aus inspirierten Wahrheiten falsche Konsequenzen ziehen konnten". Toch gelooven wij niet, dat men inderdaad in een Nieuw-Testamentisch geschrift eene dwalende, onchristelijke zienswijze of opvatting aanwijzen kan, hoewel onder bepaalde omstandigheden de formuleering der gedachten varieerde. Met het Oude Testament staat 't eenigszins anders. Daarin liggen verschillende religieuze „Entwicklungsstufen"

Sluiten