Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten onzent is dit van haar overgenomen — die alle christelijke dogmata afleidde uit de geloofservaring1).

Maar dan gelden ook tegen Seeberg alle bezwaren, die tegen de Ervarings- en Bewustzijns-theologie ingebracht zijn.

Ik mag mijne critiek op het betoog van Seeberg niet eindigen, alvorens nog te hebben aangestipt, dat hij zich genoodzaakt zag de Heilige Schrift zelve — zij het dan indirect — openbaring te noemen. De Gereformeerde Theologie erkent, dat Openbaring en Bijbel niet mogen geïdentifieerd. Openbaring is een ruimer begrip dan Bijbel, omdat niet alles wat tot de bijzondere Openbaring behoort — men denke slechts aan Joh. 20 : 30; 21 : 25 — in de Heilige Schrift vermeld is. Toch belet haar dit niet de Heilige Schrift, de Openbaring Gods te noemen, omdat wij God alleen op de rechte wijze uit Zijn Woord kunnen kennen. Voor een niet gering deel — ik wijs slechts op de historische boeken van het O. T. en de Evangeliën — gingen de Openbarings-daden en -woorden vooraf en volgde eerst later de teboekstelling. Maar juist omdat de schrijver alsdan zoo werd geïnspireerd, dat de zorg van den Heiligen Geest ook ging over de gedachten en woorden, die werden gebruikt, kunnen ook die gedeelten van den Bijbel, de Openbaring Gods genoemd worden. Maar voor een groot deel — men denke slechts aan de psalmen, de profetieën, die terstond werden opgeteekend, en aan de brieven van het Nieuwe Testament — vielen Openbaring (waaronder we verstaan, alles wat God deed en sprak om den mensch in die verhouding tot Zich te brengen, welke wij religie noemen) en opteekening saam. Feitelijk stoot Seeberg zijn eigen theorie dan ook omver, als hij niet slechts de Heilige Schrift de indirecte Openbaring Gods noemt, maar ook, meer dan eens, uitspreekt, dat de profetie directe openbaring was, omdat ze onmiddellijk nieuwe openbaringsdaden produceerde en dat aan Paulus, niet alleen 't inzicht in het tot dusver geopenbaarde werd geschonken, maar dat hem, bij 't schrijven, ook nieuwe openbaringen ten deel vielen, ja zelfs erkent, dat de profeten zeiven niet altijd begrepen, de woorden, die ze spraken en opteekenden en dat den profeten en apostelen meermalen gegund werd, de visie van geheel

*) t.a.p., blz. 12/47.

Sluiten