Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roeping van den mensch, die omhoog wil komen en zijn goddelijken aanleg wil ontplooien, ascese, d.w.z. dooding van het vleesch, verachting van het lichaam.

Maar het Christendom, naar Oud en Nieuw Testament, kent geen dualisme en wil daarom ook van geen ascese in dien zin weten. Het lichaam is hier niet de kerker van de ziel. Integendeel, het biotische, het lichamelijke is bier in deze tijdelijke bedeeling noodwendige onderstelling van zijn verder bestaan, ook van zijn psychische en ethische functies. Compleet, naar ziel en lichaam, is hij geschapen naar Gods beeld. En in de verlossing in Christus wordt dat hersteld. Naar het lichaam zoowel als naar de ziel hoort een geloovige Christus toe. Ja, het lichaam kan daarom zelfs heeten: „tempel des Heiligen Geestes".

Dat onderscheiden en toch één zijn van lichaam en ziel en de daarop gebaseerde waardeering van en eerbied voor het lichamelijke is voor ons onderwerp, zooals wij nader hopen te zien, reeds van het grootste belang.

Maar behalve dat mysterie van de schepping van den mensch naar ziel en lichaam leert de Bijbel ons nu ook dat andere mysterie kennen, n.1. dat God den mensch schiep: man en vrouw.

En ook hier geldt nu weer hetzelfde. Tusschen die beide bestaat een essentieel onderscheid. Het moderne leven, dat in zoo menig opzicht in het teeken staat van de uitwissching der van God gestelde grenzen, heeft ook die grens zoeken uit te wisschen. Maar het is nooit gelukt en het zal nooit gelukken. Man en vrouw zijn twee en zullen dat altijd blijven.

Ze zijn onderscheiden wat hun lichamelijke organisatie betreft. Uiterlijk en innerlijk is het vrouwelijk lichaam anders dan dat van den man. Maar dank zij de innerlijke eenheid van ziel en lichaam geldt het niet minder ten aanzien van haar geestelijke structuur. De vrouw verschilt van den man ook in haar denken, haar voelen, haar reageeren op de dingen, ja, tot zelfs in haar geloofsleven toe. Wat Goethe b.v. genoemd heeft „das ewig Weibhche" laat zich misschien wel niet zoo gemakkelijk omschrijven. Maar het bestaat toch terdege.

Maar behalve dat onderscheid is er ook hier, tusschen man en vrouw, een zeer bijzondere, uiterst mysterieuze eenheid. God heeft man en vrouw voor elkaar bestemd, ze geschapen, opdat, die twee waren, één zouden zijn, zooals het in het huwelijksformulier heet. En dat is nu juist het mysterie van het huwelijk: die eenheid der geslachten.

En die eenheid — dat moet hier met nadruk voorop gesteld — is er nu allereerst een van lichamelijken aard. In verband met Grieksch-ascetische of romantisch-idealistische opvattingen is dat vaak miskend en op de psychische relatie tusschen man en vrouw alle nadruk gelegd, terwijl de sexueele betrekking in

Sluiten