is toegevoegd aan uw favorieten.

Verloving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een huwelijk voldoende verscheidenheid zijn. Een jongen en een meisje van precies hetzelfde geestelijke type zouden misschien nog wel in een vriendschapsbetrekking tot elkaar kunnen staan. Maar voor een huwelijk geeft het meestal geen goede prognose.

Maar toch moeten ook de verschillen niet te groot zijn. Of althans de eenheid moet het van de verschillen winnen, of anders loopt men kans, dat de hef de door te groote spanning breekt.

Geestelijke eenheid.

Echter, het voornaamste, dat bij de huwelijkskeus ernstige overweging verdient, noemden wij riog niet, n.1. de vraag, in hoever er geestelijke eenheid bestaat. Geestelijke eenheid, dat is nog iets anders dan kerkelijke eenheid. Geestelijke eenheid kan ontbreken, terwijl men beide tot dezelfde kerk behoort, maar bij den een dat b.v. alleen een kwestie van vorm is. Maar ook omgekeerd, kan er nog wel geestelijke eenheid zijn, terwijl men geen lid van dezelfde kerk is. Of in het laatste geval een verloving mag doorgaan, is óók een vraag, die nog niet zoo eenvoudig is. Wij zeggen daar hier alleen dit van: een huwelijk, waarin man en vrouw lid zijn van een verschillende kerk, brengt ernstige moeilijkheden mee, o.a. voor de opvoeding der kinderen; maar anderzijds gaat het in onze band aan de kerk om iets van te heilig karakter, dan dat die terwille zelfs van een huwelijk verbroken mag worden. Daarom verdient een dergelijke verloving zeker geen aanbeveling en moet men trachten ze te voorkomen.

Maar van hoe groot belang kerkelijke eenheid is, van nog grooter belang is geestelijke eenheid, eenheid in Christus. Ja, van het laatste zouden wij onvoorwaardelijk durven zeggen — wat wij in het eerste geval niet zouden aandurven — dat, waar dat ontbreekt, van een verloving geen sprake mag zijn.

Telkens hoort men de bewering, „men weet toch maar niet, of de omgang met elkaar voor de ongeloovige partij niet het middel kan zijn tot zijn bekeering," waarbij men dan vaak wijst op wat Paulus in 1 Cor. 7 zegt: „wat weet gij, vrouw of gij den man zult zalig maken? Of wat weet gij, man! of gij de vrouw zult zalig maken?"

Maar dat beroep gaat, om te beginnen, niet op. Vooreerst heeft Paulus op het oog gevallen, dat een huwelijk bestaat en dan daarna één van de beide partijen pas tot het geloof komt. Dan mag zeker een huwelijk om die reden niet door de geloovige partij verbroken worden. En datzelfde zou misschien, zij het onder voorbehoud, ook kunnen gelden van een verloving: dat men dus verloofd