Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Velen in onzen tijd willen van dat laatste niets meer weten. Als men werkelijk elkaar lief heeft, waarom mag men dan ook in den hoogsten en diepsten zin daaraan tegenover elkaar geen uitdrukking geven? Wat verandert nu een uitwendige ceremonie daaraan? Is dat nu niet alleen zwichten voor de burgerlijke conventie zonder zin?

Vooral zijn deze vragen in vele kringen accuut geworden, sinds Lindsey in zijn boeken over „Opstandige jeugd" en „Huwelijk in Kameraadschap" en de Wibauts in hun: „Wordend huwelijk" ze zoo onomwonden uitspraken en er zoo n radicaal antwoord op gaven.

In Lindsey's eerst genoemd werk zegt bv. een jonge Amerikaansche het aldus: „Ik en mijn generatie zullen een derde weg vinden. Of gij het goedkeurt of niet, wij maken onder elkaar ons eigen huwelijkscontract, dat overeenkomt met onze wenschen en behoeften. Wij gelooven, dat wij een natuurlijk recht op kameraadschap en intieme omgang hebben, waarnaar wij instinctief verlangen. Wij kennen voorbehoedmiddelen, die ongewild moederschap uitsluiten, zoolang dat de toestand verzwaren zou. Wij geven niet toe, dat zoon verhouding de zekerheid van de menschelijke samenleving in gevaar brengt en wij gelooven, dat deze poging om de traditie door gezond menschelijk verstand te vervangen, eerder goed dan slecht zal blijken te zijn." En Lindsey — later heeft hij, gelukkig, zijn beschouwingen herroepen — kan niet anders dan die opvatting onderschrijven.

Hoezeer zulke ideeën in grooten kring veld winnen, wij meenen toch er ten ernstigste tegen te moeten waarschuwen. Zeker, er zijn bepaalde traditioneele beschouwingen, die, wel beschouwd, géén zin meer hebben. Maar daartoe behoort de regel van geen sexueel verkeer in engeren zin vóór het huwelijk stellig niet

Deze berust op een zeer juist inzicht in den onberekenbaren invloed, die het samenkomen van man en vrouw in echtelijk verkeer heeft op beider persoonlijkheid. Piper, in zijn reeds vermeld boek, komt op grond van zeer ernstig sexueel-psychologisch onderzoek tot de conclusie, dat hierdoor zich innerlijk een verandering in een mensch voltrekt, die nooit meer ongedaan te maken is. Maar juist daarom kan het ook onmogelijk worden toegestaan, zoolang niet door een officieel huwelijk man en vrouw in den volsten zin voor heel het leven aan elkaar verbonden zijn.

Weatherhead, die verder toch in sexueel opzicht wel moeilijk van conservatisme beschuldigd kan worden, schrijft volkomen terecht: „Per slot van rekening kan deze daad de uiterste hoogte van zelfovergave beteekenen, waartoe een mensch in staat is en het is weinig ideaal voor een vrouw zich aan een man

210-rv

Sluiten