Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De God Israëls en de goden van Babel.

I.

Het is van algemeene bekendheid, dat het vóór-exilische Israël telkens den waren God ontrouw werd en tot afgoderij verviel. In deze neiging van Israël tot afgodendienst spelen de goden van Babel eene veel grootere rol dan men bij oppervlakkige beschouwing zou roeenen. Let men alleen op die teksten in het Oude Testament, waarin sommige Baby Ionisch-Assyrische goden met name worden genoemd1), dan krijgt men van de beteekenis der Babylonische goden voor Israël een veel te zwakken indruk. Vooreerst zien we deze namen pas optreden in den tijd der groote profeten, niet vroeger dan onder de Judeesche koningen Achaz en HizJda. En bovendien wordt alleen bij Tammuz gezegd, dat Israëlieten zich aan zijne vereering schuldig maakten. Verneemt men nu ook nog, dat de berg Nebo, waarop Mozes stierf2), waarschijnlijk niet genoemd was naar den Babylonischen god van dien naam *), dan kan men allicht tot de meening komen, dat de goden van Babel alleen in den laatsten tijd van Israëls vóór-exilische historie eene rol hebben gespeeld en wel eene zieer ondergeschikte rol.

Maar beziet men de zaak nauwkeuriger, dan komt men tot eene andere gedachte. Reeds de Brjbelsche gegevens op zichzelf, buiten verband met de nieuwere ontdekkingen, brengen ons tot eene gewijzigde beschouwing. Woonde niet Abraham, voordat hij naar Kanaan toog, in het Babylonische Ur en het Assyrische Haran4) ? Getuigt niet Josua in den naam des Heeren,

Sluiten