Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een zeer merkwaardig getuigenis ten gunste van een nauw verband tusschen Spreuken 22 : 17—24 : 22 en Amen-em-ope zoekt men in 22 : 20, in het woord Dlïfrï?, dat reeds van oude tijden af voor de verklaring ernstige moeilijkheden heeft opgeleverd. Men wil het dan lezen Wthtf, het Hebreeuwsche telwoord „dertig", en brengt dit in verband met Amen-em-ope's laatste (dertigste) hoofdstuk, waar wij (XXVII, 7—10) aldus lezen: „Beschouw deze dertig hoofdstukken, zij schenken vreugde en zij onderrichten, zij staan aan de spits van alle boeken, zij onderwijzen den onwetende". Het verband wordt dan nog wel eenigszins verschillend gelegd. Erman is van oordeel, dat in Spreuk. 22 : 17—20 een Hebreeuwsche bewerker vrijwel gedachteloos den aanvang en het slot van Amen-em-ope aan elkaar heeft gekoppeld *); maar de onwaarschijnlijkheid van deze onderstelling heeft anderen 2) er toe gebracht de idee van dertig „hoofdstukken" in Spreuk 22 : 20 los te laten. Zij meenen, dat hier gedoeld wordt op het aantal afzonderlijke Spreuken, dat in 22 : 22—24 : 22 is bijeenverzameld. Indien dit juist ware, zou dus de overeeristemming tusschen Spreuken en Amen-em-ope hier uitsluitend in het gebruikte telwoord liggen, een wel buitengemeen uitwendig punt van overeenkomst, waaruit kwalijk tot litteraire afhankelijkheid zou kunnen worden geconcludeerd. Maar is het wel juist, dat wij in Spreuk. 22 : 22—24 : 22 (de inleiding moet hier uit den aard der zaak buiten beschouwing blijven) met precies dertig afzonderlijke spreuken hebben te doen? Wij willen er op wijzen, dat men weliswaar over de begrenzing der onderscheidene afzonderlijke eenheden in het algemeen tamelijk eenstemmig zal kunnen zijn, maar dat zich toch een aantal gevallen voordoen, waarin het zeer onzeker is hoe de afzonderlijke eenheden zullen moeten bepaald worden. Zulk eene onzekerheid bestaat allereerst bij 28 : 12—14. Gressmann 8) neemt hier vs. 12 als een afzonderlijke eenheid, en vs 18 en 14 tezamen eveneens als een afzonderlijke een-

*) In a. w. bldz. 90, 92v.

8) Gressmann Z A T W1924, bldz. 285; van Wijngaarden, a. w. bldz. 108. ») t. a. p.

Sluiten