is toegevoegd aan uw favorieten.

Het kerkelijke dogma

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I w^dig liepen, maar dat volgens den eisch der pastorale geloofsleer het Woord regelrecht op de existentiëele sfeer is gericht. Calvijns experiment te Genève is slechts de paradigmatische vooroefening voor een algemeene ontwikkeling der dingen in West-Europa en Amerika, waarbij kerkvorming van beslissende beteekenis was voor politieke veranderingen. De straling van het trinitarisch dogma drong toen tot groote diepte door in het existentiëele. Pas in het Kwakerisme zijn de daarmee samenhangende bewegingen voorloopig tot rust gekomen. — Hoe meer de dogmatiek in haar eerste afdeeling aanzwelt door een ontwikkeling van de bijzonderheden der scheppingsorde of daarvoor ruimte

| zoekt in een heel of half philosofische ethiek, hoe slechter teeken dit is voor den invloed van het dogma op dien kant van het leven. De grootste armoede is hier net beste levensteeken.

Het af loopen van deze periode der pastorale dogmatiek in de 18e eeuw valt samen met een hernieuwd wakker worden der anamnese. Deze moest natuurlijk

, in Duitschland plaats vinden, waar de existentiëele critiek veel zwakker was gebleven. Wij zien haar plaats hebben in het opkomen van het idealisme, midden m de grootste politieke verlamming, die men daar ooit heeft gekend. De droeviae hu peloosheid. waarin men zich daar thans bevindt tegenover een ongekerstende opleving van volk en ras. bewijst meer dan iets anders, dat de heele rijkdom van mogelijkheden der herinnering, die het idealisme uit den menschelijken geest naar boven heeft gebracht, niet kan vervangen de duidelijke aanwijzing van den éenen weg dien de Schrift ons wijst. De duitsche kerk heeft een goed deel van haar krachten in de anamnese verbruikt. De dialectische theologie is in eersten opslag een schreeuw geweest bij de ontdekking van dezen toestand. Ze was als zoodanig en in dien vorm ook slechts t£ iTï m ^^S^^toalflebied. Ze wees met haar schrille paradoxen weer op de werkelijkheid, die achter de ideologie schuilt Kutter was daarin voorgegaan. In calvinistische landen zou ze daarom niet nageschreven kunnen worden. Maar behalve, dat de groote invloed der duitsche theologie ook bij ons een zuivering broodnoodig heeft gemaakt, wordt de gereformeerde theologie door den krachtigen terugslag in het land van Luther nog eens bijzonder herinnerd aan haar eigen oorspronkelijke houding tegenover de existentiëele sfeer.

IT ¥ opA1C?j t0™* de nieuwere theologie in Duitschland nog een onduidelijke houding i). Het zal haar niet baten als ze het idealisme afzegt, wanneer dan tegelijkertijd haar dogmatiek den staat zoo heel laat, zoo buiten de geloofscritiek houdt, als dat na Luther het geval was. De natie zal de kerk dan in de ana-

I mnese terugdrijven of ze wil of niet. Ze zal dan een dogmatiek mogen hebben zoo rok als ze zelf wil, maar ze zal het licht van het dogma niet mogen richten op het groote raadsel van eigen bestaan dat in den staat om oplossing roept; tusschen de vele mogelijkheden zal de ééne weg der kerk niet duidelijk uitkomen

£»\ c~j . » . . ... .

, «uyu^u* i*JJ( toen ik dit schreef, is er zeer merkbare opheldering gekomen.