is toegevoegd aan uw favorieten.

De christenvrouw in den nieuwen tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden het (om het in één woord saam te vatten) aldus kunnen zeggen: bij het mannelijke individu staat op den voorgrond de daad (het actieve), bij het vrouwelijke individu treedt naar voren de offerbereidheid (het passieve). In de hoogste mate onchristelijk is om de verhouding van den man en de vrouw af te schilderen als die van den slavenhouder en de slavin. De gedachte van heerschappij-voeren over elkander, moet in geen Christenleven zelfs opkomen, als Mohammedaansch of heidensch. De Christenman heeft van de Christenvrouw niet te eischen slaafsche onderdanigheid; een Christenmensch is geen Papoea! In het gezin, waar Jezus Koning is, heersche dienende liefde naar twee zijden.

Het kenmerk van den man en de vrouw, die van Christus zijn, is dat ze mogen wezen: mede-erfgenamen der Genade des Levens (1 Petr. 3).

* *

Zijn de man en de vrouw, in 'den waren zin des Woords „van Christus", dan dragen beiden ook als christen-individuën, een grootsche roeping tegenover de Gemeenschap.

Dan zal ook bij den man en bij de vrouw de rechterlijke (juridische), de staathuishoudkundige (economische) en de staatkundige (politieke) toestand daarvan moeten doordrongen worden. En waar de Christen-vrouw nog uitgeschakeld staat op menig terrein, zal ze moeten ingeschakeld worden, opdat ook van haar invloed uitga op de Gemeenschap.

De Gemeenschap bestaat uit mannelijke en vrouwelijke individuön, zooals God in zijn Wijsheid heeft bepaald.

Het Ideaal van den Christen is, dat de Gemeenschap bestaan mocht uit een zoo groot mogelijk aantal mannelijke en vrouwelijke individuen, die mede-