Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X.

De Vrouwenbeweging.

In de achttiende eeuw trad op allerlei terrein meer en meer de individu (éénling) op den voorgrond. Dit alles in wisselwerking met de groote geestesstroomingen, die de geestelijke wereld dier eeuw op godsdienstig zoowel als op maatschappelijk terrein beroerden.

In de tweede helft dier eeuw werd er dan ook veel geschreven en gesproken over de opvoeding en den toestand der vrouw.

De Fransche Revolutie bracht de vrouw nog meer op den voorgrond; Napoleon Bonaparte (die na de Fransche uitbarsting volgens een geestig schrijver geen notarieele akte had om zijn wettigheid te bewijzen) wilde haar weer naar den achtergrond duwen. Napoleon plaatste haar in den Code civil van 21 Maart 1804 onder de volle heerschappij van den man.

Meer en meer breidde de vrouwenbeweging zich uit. Toen de stoommachine den fabrieksarbeid deed opkomen, stroomden de vrouwen naar de fabrieken, om door bijverdienste het schamele loon grooter te maken.

Afschuwelijke toestanden heerschten alom, o.a. in Engeland. In 1851 werd bekend, dat van de ruim zeven milioen vrouwen in Engeland, er ruim drie millioen arbeidden in een of ander bedrijf en daar op afschuwelijke wijze werden geëxploiteerd ').

Aan deze dingen moet ik wel eens denken, wanneer werkgevers op sociaal terrein volbloed liberaal (soms met christelijke politieke jasjes over dit alles

x) Lees: „Het lied van het hemd", door Thomas Hood, door N. Beets, Dichtwerken III, 363.

Sluiten