Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«een klemmend gloedvol betoog van de N. Rott. Ct.» geprezen had.

Dit verbond tussen dagblad en hogeschool, twee groot* machten tot handhaving van 't stokoud modernisme, is nu doorzichtiger geworden dan ooit. De Kerknieuwsredactie waaraan de Leidse faculteit evenmin als de familie Canne* gieter vreemd schijnt, heeft een tijd hopeloos de nieuwe koers onder de vrijzinnigen zien te keren. De toon in Barchem en de geest van de Vrijz. Christen Stud. Bond, die door de N. R. Ct. haast even sterk verketterd werd om zijn rechtse neigingen als de Ned. Christen Stud. Ver. om zijn linkse door de gereformeerde pers, vonden geregeld vinnige tegenkanting. Eerst de benoeming van Dr. Roessingh tot hoogleraar in Leiden kon de krant helpen matigen.

Deze verhoudingen zouden ons weinig raken, als ze niet de eeuwige jeugd van de Moederkerk aftekenden. Sinds het jaar 1860, toen de eerste dominees in hun Paaspreek de verrijzenis dorsten ontkennen, toen Busken Huet zijn af* scheid voorbereidde, met het liberalisme en het modernisme als een tweeling te verheerliken, sinds die crisis zijn van de ene kant de grote steden voor de orthodoxie heroverd, maar van de andere kant verschrikkelik veel kerken leeg* gepreekt. En zoals het verslagen liberalisme lonkte naar de sociaal*democratie, hoopt het bijna gezelfmoord modernisme zich nieuw bloed in te storten door aanraking met de buitenkerkelik*godsdienstigen. Rome wordt intussen om een verrassende vruchtbaarheid benijd.

De impotentie van 't oud*modernisme blijkt niet alleen uit het bijkomstig feit, dat twee veteranen onder zijn theologen ter elfder ure moeten opkomen, om een enkele beschouwing van een Roomse leek, waarbij predikanten onverschillig zwegen of medeplichtig juichten, onschadelik te maken, maar ook uit het verschijnsel, dat de jongste grijsaard hoegenaamd geen nieuwe uitdrukking kon geven aan wat blijkbaar geen eeu* wige inhoud heeft. Negen maal verwijst hij naar vroeger geschriften van zich zelf en dan «inzonderheid» naar deze

Sluiten