Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

litteratuur somtijds de bijnamen 'flpiaSiog of 'ü,fir,o~r/jg {die rauw vleesch eet), of Ta.-upoipa.yoq of Kpiotpayog voert (zooals Hera en Zeus Myoipayog heeten en Artemis K.airpotpa.yog), dan is dit niet, zooals terecht gezegd is \ alleen omdat hem stieren of rammen worden geofferd. Maar ook de verklaring van Frazer, volgens welke de god stiereneter wordt genoemd, omdat hij zelf een stier is, is onvolledig en onvoldoende. Het eten van den stier is het werk van de geloovigen; secundair wordt het vervolgens overgebracht op den god zelf»).

Dit is de eene weg. De andere bestaat hierin te zeggen, dat de faïence-reliefs geen betrekking hebben op mysteriën, waarmede menschen gemoeid zijn, maar dat het daarop afgebeelde stierkalf en het bokje het kind Zeus, de jeugdige Dionysos zelf zijn. De ritus van het gezoogd worden in de dionysische mysteriën is in dat geval op te vatten, althans oorspronkelijk, als eene navolging van eene episode uit het leven van den god. Bij deze tweede veronderstelling blijft wel de afhankelijkheid der latere mysteriën van den oud-cretensischen godsdienst onaangetast, maar vervalt elke conclusie betreffende den tijd, waarin de mysteriën zijn ontstaan, daar men dan niet langer staande kan houden, dat deze minstens tot het tijdperk der faïence-reliefs moeten opklimmen. Tusschen deze twee mogelijkheden schijnt de beslissing voorloopig moeilijk; het is zeker geraden zich hier voor elk voorbarig besluit te hoeden.

Intusschen is er nog een ander feit waarmede hier rekening te houden is. In het Oude Testament komt in twee der oudste bestanddeelen van het boek Exodus het verbod voor: „Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder"8). Op beide plaatsen maakt dit verbod deel uit van een aantal

') Cf. de Visser, op. /., p. 222.

") Cf. Gruppe, Griech. Myth., p. 731, 3; Cook, Zeus, I, p. 673. 3) Exod. XXIII, 19; XXXIV, 26.

38

Sluiten