Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel en slaat soms als een wild paard met zijn menner op hol. Het is ondergeschikt aan net goddelijk deel van de menschelijke constitutie, den geest, doch staat boven het dierlijke deel, het lichaam. Dit beginsel onderscheidt den mensch van het redelooze dier. In alle leven is alles, indien niet actief, dan toch latent aanwezig, maar in de dieren is het denken nog niet ontwikkeld.

We zullen hier den draad van ons betoog even loslaten om de zoogenaamde „Darwinistische theorie" te bestrijden, volgens welke de mensch zich uit de dieren ontwikkeld heeft — een theorie, waaraan nu echter ernstig getwijfeld wordt. De Theosophie leert dat dit slechts het menschelijk lichaam geldt, en dat het zelfs in dit beperkt verband maar gedeeltelijk waar is. De Darwinisten leggen ons uit dat de groote verandering tot stand kwam volgens zekere wetten, zooals „Het Overleven van de Geschiktsten", „De Natuurlijke Teeltkeus", enz. De Theosofen verwerpen deze theorie, omdat ze ontoereikend en met de feiten in strijd is. Evolutie van het stoffelijk organisme of voertuig kan niet betwijfeld worden; zij blijkt te duidelijk, dan dat men haar over het hoofd zou kunnen zien. Doch zij wordt niet lukraak door toevallige omstandigheden teweeg gebracht, hetgeen slechts tot chaos zou kunnen leiden, maar door bewust streven naar een welgekozen doel door de bezielende entiteiten, voor wie de voortdurend veranderende en evolueerende lichamen of voertuigen slechts de werktuigen zijn, die zij overschaduwen.

Ten slotte was, na aeonen, het lichaam — „De Tempel" — gereed, en incarneerden hoogere wezens uit andere sferen in deze vormen en wekten de slapende kiem van het denkvermogen. Het leven op deze planeet is gewijd aan de volle ontwikkeling van dit denkvermogen.

De mensch van die vervlogen dagen was rein en onschuldig, en niet de groteske karikatuur, die de Darwinisten dïk-

Sluiten