Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omhoog hebben in dit tusschendeel hun middelpunt. De aantrekking komt uit beide richtingen; en het gebruik van zijn vrijen wil, waardoor de mensch door gedachte en daad een van de twee steunt, bepaalt zijn toekomst — bepaalt of hij tot goddelijkheid zal opstijgen, „één zal worden met zijn Vader in den hemel", of zal verzinken in een lagen en gedegenereerden toestand. Het eene beteekent onuitsprekelijke zaligheid, glorierijk inzicht, liefde voor al wat leeft, het andere voert naar een mentale hel.

Vol gens Dr. de Purucker is „ziel", een „raadselachtig" woord, een woord gebruikt

„in de twee beteekenissen: van de geestelijke ziel, het voertuig van den innerlijken god... en die van de louter menschelijke ziel: dat arme, vallende, falende, strevende, hartstochtelijke deel van ons, dat we het menschelijk wezen noemen,"

Quesüons We AU Ask, Series I, No. 9, p. 1 jj.

Verder zegt hij in dezelfde reeks (No. 13, pag. 206)1

„Hij (de Geest) is de god binnen in ons... de onsterfelijke, onbevlekte, de eeuwige innerlijke God. De menschelijke ziel is er een straal van... in de ziel ontdekken wij het wezen van den mensch, het gevoel van „Ik ben ik". Zij groeit, evenals de geest, maakt vorderingen, evolueert,... en in ver toekomstige eeuwen... zal zij geest geworden zijn, omdat de wortel, of het zaad van de ziel een geestelijke straal is."

' De geest is onvoorwaardelijk onsterfelijk gedurende de Kosmische Periode. In dit deel moeten wij den Werkelijken Mensch zoeken, die zichzelve kent en zeggen kan „Ik ben". Al het lagere is slechts een door den Werkelijken Mensch gebruikt instrument.

Men moet zich wel rekenschap geven van de waarheid, dat de mogelijkheden voor iederen mensch in beide richtingen oneindig zijn, en dat het in ieders macht ligt zijn goddelijkheid ten volle te beseffen. Geen uitwendige macht zal dit teweeg brengen, hoewel er op elk punt van de reis Helpers

Sluiten