Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Israël spreekt en dat bij desbetreffende onderzoekingen juist van dergelijke vaststaande begrippen uitgegaan moet worden, spreekt vanzelf. Maar op deze vraag kunnen we hier niet nader ingaan.

25) B. v. Ex. 22:21, Deut. 24:17, maar ook Codex Hammurabi XXIVr 59 v.v. (Eilers, t. a. p. p. 55).

26) Z. b.v. Ring, Israels Rechtsleben p. 55.

27) B. v. Deut. 14 : 29.

28) Vgl. de bij Koschaker (Ebert, Reallex. der Vorgesch. III) p. 26 vermelde ditilla-Urkunden, voor de textsoort San Nicoló: Beitrage zur Rechtsgeschichte p. 155 Anm. 2.

29) Gelijk blijkt uit den sumer. term voor „prijs voor de bruid". Zie blz. 20.

30) Volgens het resultaat van studiën van Koschaker en Landsberger.

31) Zie voor babylonisch-assyrisch recht Koschaker bij Ebert, Reallex. d. Vorgesch. III p. 25 f., Cuq, t.a.p. p. 23 v.v., voor Israël Alt, t.a.p. p. 24 v. v., Bialoblocki, Encycl. Judaica VI 223 v. v., waar verdere litteratuur wordt aangegeven.

32) Nadere gegevens hieromtrent bij David, Korrespondenzblatt der Akad. f. d. Wissenschaft des Judentums 1925 p. 30 v.v.; z. ook Wenger, Arch. f. Papyrusf. IX p. 275 v.v.

33) Vgl. b.v. Koschaker, Rvergl. St. 140, alsmede bij Ebert, Reallex. d. Vorgesch. III p. 26; Neubauer, MVAG 1919/20 p. 36 v. v.

34) David, Adoption p. 80.

35) Bronnenvermelding bij Koschaker, Rvergl. St. 143 v.v.

36) Toch geschiedt dit algemeen. Goede uiteenzettingen bij Neubauer, t.a.p. 184 v.v.

37) Vgl. in plaats van alle anderen: Hübner, Grundzüge des Deutschen Privatrechts, 3. Aufl. 528 v.v.

38) Vgl. § 159—161, verder bij Koschaker (Ebert, Reallex. d. Vorgesch. III) p. 25 v.v.

39) Gen. 34: 12. Verdere bronnen bij Alt, t.a.p. p. 24.

40) § 29, 30.

41) Cuq, t.a.p. p. 25 v.v.

42) Vgl. Schwenzner, Zum altbabylonischen Wirtschaftsleben p. 36.

42a) Of Deut. 22 : 28 v. v. de grootte van het bijbelsche mohar aangeeft, is bestreden. Vgl. eenerzijds Alt, t.a.p., anderzijds Neubauer t. a. p. 207 v. v.

43) Vgl. Rvergl. St. 112 v.v., 197 v.v., MVAG 1921, 3 p. 56 v.v.; bij Ebert, Reallex. d. Vorgesch. III p. 25 v.v. („kaufrechtliche Grundsatze" bei der Eheschliessung), ZA

Sluiten