Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houdingen, vriendschappelijke of vijandige, tusschen bepaalde personen en families.

De algemeene opinie onder de Arabieren, hetzij Mohammedanen hetzij Christenen, is dat het land zich niet in de goede richtingontwikkelt. Onderde absolutistische regeering tijdens de Engelsche bezetting zou het land zwaar lijden. Het zou zóó worden geregeerd, dat alleen gelet wordt op Joodsche en Engelsche belangen. Palestina zou een eigen regeering moeten hebben, daar het in ontwikkeling van de bewoners heelemaal niet achter zou staan bij andere Arabische landen. Deze en dergelijke wenschen en bezwaren werden in aansluiting aan vroeger gedane uitspraken nog geformuleerd in de besluiten van het zevende Arabische congres dat 20 Juni 1928 in Jerusalem werd gehouden, later onderstreept op vergaderingen van stads- en dorpsafgevaardigden te Nabloes.

Zoo kan dus worden gesproken van een nationale beweging van Arabieren in Palestina tegen het Engelsche regime en vooral tegen de Zionistische politiek.

Deze Arabische 'beweging hangt niet slechts nauw samen met die in Syrië en Egypte, maar staat naast en is verbonden met dergelijke nationale bewegingen in andere Mohammedaansche landen.

Er kookt en bruischt tegenwoordig heel wat in de groote wereld van den Islam. Het ontwakend nationalisme luidt een buitengemeen moeilijke periode in de verhouding tusschen Oost en West in. Er zijn jonge, sterke, ook ethischsterke krachten in „Oriente Moderno" aan het werk, die uit levende bronnen ontspruiten, en niet door soldatengeweld zijn te stuiten. Men wil in Egypte en Syrië zichzelf zijn, men verzet zich algemeen tegen te sterken nivelleerenden Europeeschen invloed, men wil geen opperheerschappij van vreemden meer. De gedachte van nationale aaneensluiting heeft in genoemde streken tot op zekere hoogte de religieuze verschillen op den achtergrond gedrongen — in Syrië nog meer dan in Egypte —, en heeft zoo het Panislamisme eenigszins doorkruist. De laatstgenoemde bewe-

Sluiten