is toegevoegd aan uw favorieten.

Opmerkingen over Hebr. 1:1-4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel machtiger is geworden dan de engelen, als Hij voortreffelijker naam boven hen geërfd heeft.

Ten slotte nog een enkel woord over den schoonen vorm van Hebr. 1 : 1—4- Tot voor korten tijd kon het overbodig schijnen daar afzonderlijk op te wijzen. Immers alle uitleggers verhieven om strijd den kunstvorm, waarin hier de gedachten zijn gegoten en vrijwel aller meening werd weergegeven door Ebrard, toen hij schreef: „Sammtlichen Auslegern ist die Schönheit des Periodenbaus in diesen Vereen mit Recht aufgefallen. Die Periode ist ebenso licht und klar, als sie lang, reich, und complicirt ist; ein feiner Gedankengang neben bis ins kleinste vollendeten Form weisen ihr eine Stelle neben den schönsten Perioden griechischer Autoren an". In den laatsten tijd gingen echter andere stemmen op. Zoo b. v. Völter, Teylersch Theol. Tijdschr., 1908. Bl. 539 velt hij een afkeurend oordeel over vs. 2, dat vreemd zou zijn, niet logisch en in strijd met 2 : 10 en 11 : 3. OokNiebergall, die zich lang zoo sterk niet uitdrukt, schijnt dit eerste hoofdstuk met de citaten uit het O. T. niet zoo hoog testellen. Daartegenover willen we op enkele schoonheden wijzen, zonder in dit opzicht volledig te zijn. Dat er wel degelijk logische samenhang is en dat juist zeer kunstig, hetgeen aan den Middelaar toekomt, uitsluitend naar Zijne Goddelijke natuur, wordt ingeplaatst tusschen de woorden, die spreken van Zijn Middelaarswerk der verzoening, werd reeds opgemerkt De geheele statige en plechtig voortrollende periode past uitnemend bij den verheven inhoud. Alles zit kunstig in elkander en is toch zeer duidelijk. Wat bijzonderheden aangaat, wijs ik op het volgende. Men lette op de dubbele alliteratie in vs. 1: iroXupspüe, roAurpómc, irkXxi, irxrpóuraif ^pofffrcug en éayxreu, r\fiipfi>v, ryitv, tASf. Dat zijn juist telkens de woorden, waar het op aankomt. Verder het gelijk klinkende xoXufiep&q xai roTurpóirw;. Valckenaar (o. a. bij Heubner) merkte op, dat dit twee paeones quarti zijn. Doch dat beteekent niet veel, in de eerste plaats, omdat er toch ww' tusschen staat en in de tweede plaats, omdat men bijna geene afwisseling van lange en korte lettergrepen kan neerschrijven, of men heeft eenen verevoet. Men zie verder naar de plaatsing van sommige woorden als OVOfiX. Wij wezen reeds op het chiasme vs. 4 en het voorafgaande. Ook heeft men terecht op de tegenstellingen gelet: vs. 1, dan KXrjpovófiog en