Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

presenten God. Zoo de bijbel van Schrift voor ons geworden is Gods Woord, hooren wij daarin als door een hemelschen telefoon de stem des Vaders. Natuurlijk niet, doordat wij op heidensche manier het boek tegen het oor leggen, maar toch wel zóó, dat heel de ziele luistert en heel het harte oor is. Het Woord Gods wordt niet gelezen, maar gehoord. Gehoord in de prediking, onafscheidelijk met den bijbel verbonden en in den triomftocht des Konings broederlijk met den bijbel gaande hand aan hand. Gehoord in de Schrift, die door een aangrijpende ontdekking en in zalige ervaring voor ons wordt Woord, Woord van Jezus, Woord van God. God spreekt en wij luisteren. God spreekt tot ons en wij spreken tot God. Bij het echte bijbellezen komt vanzelf het gebed: het gesprek wordt een tweegesprek. Wanneer wij God niet aan het woord laten komen, zullen wij niets van Hem te hooren krijgen. Maar wanneer wij God alleen aan het woord laten blijven, zal Zijn spreken spoedig in zwijgen overgaan. Bijbellezing en gebed zijn als positieve en negatieve electriciteit bij het contact tusschen God en mensch. Tezamen vormen zij een soort van telegraafsysteem tusschen hemel en aarde, waarbij het bijbelboek het alfabeth levert. Er is een gebed vóór het lezen. Een gebed onder het lezen. Een gebed na het lezen. Spreek Heer, uw knecht hoort. Hij wekt eiken morgen, Hij wekt mij het oor, dat ik hoore gelijk wie geleerd worden. De Overste houdt appèl, en wij roepen: present. Gij moet Luther er over hooren, den man die als weinigen hier recht van spreken heeft. «Niemand kan God naar Zijn Woord recht kennen, tenzij hij het direct van den Heiligen Geest hebbe.» «De Heilige Schrift kan noch door vlijt noch door verstand doorgrond worden. Daarom is het uw eerste plicht, met gebed te beginnen, namelijk dat gij vraagt of de Heer, zoo het Hem mocht behagen iets door u tot Zijn eer, niet tot eer van u of van eenig mensch te werken, u uit barmhartig* heid het ware verstand van- Zijn woorden schenke. Want er

Sluiten