Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tering schuldig te maken, zoo durven wij ook hier te zeggen : Indien wij door den bijbel leven, laat ons ook door den bijbel wandelen.

Dan zal de wonderwereld zijn de wereld waar wij thuis behooren, waar wij ons thuis gevoelen en waar wij straks thuis komen. Als kolonisten in het vreemde land, nemen wij telkens inzage van ons bewijs van domicilie in het vader* land. Met Augustinus belijden wij, dat wij daarom den bijbel niet hebben verstaan omdat wij onszelven voor zoo groot hielden. Wij beginnen kinderen te worden. Dat is onze groei. En het boek groeit met ons mee. Proefondervindelijk 1 komen wij achter de onuitputtelijkheid van onzen schat. Nu gaan wij met Psalm 119 den lofzang aanheffen. Een eeuwige « erve, mijns harten vroolijkheid! Zoeter dan honing en honing* zeeml Kostbaarder dan goud, ja het fijnste goud! Vroolijker in den weg uwer getuigenissen dan over allen rijkdom! Gezangen ter plaatse mijner vreemdelingschappen! Aan alle volmaaktheid een einde, "maar uw gebod zeer wijd! Uw Woord zeer gelouterd! Uw knecht heeft het zeer lief! Maar dan ook: Ontdek mijne oogen, dat ik aanschouwe de won* deren uwer wet. En:

Gedenk aan 't woord, gesproken tot uw knecht, Waarop Gij mij verwachting hebt gegeven 1

Dit is mijn troost, in druk mij toegelegd. Dit leert mijn ziel U achter aan te kleven.

Al 't geen uw mond aan mij had toegezegd Gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven.

Sluiten