Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de algemeene bekendheid van het Grieksch bij de Joden destijds in Palestina. En hij erkent die in zeker opzicht, als hij dadelijk hierop vervolgt: want bij ons acht men niet hoog, anodê%oviai, hen, die vele talen geleerd hebben, omdat men die bezigheid op zichzelve houdt voor iets dat gemeen is niet enkel aan den eersten den beste vrije, die wil, maar ook aan wie van de slaven willen. En wijsheid kent men alleen aan hen toe, die de wetten goed kennen en den zin der heilige Schriften kunnen verklaren'). Wel spreekt Josephus dan niet met name, noch uitsluitend, over kennis van het Grieksch. Maar wat hij vlak vooraf over eigene studie en uitspraak van het Grieksch schreef, kan doen zien, dat daaraan wel in de eerste plaats gedacht werd. A. Meyer weet blijkbaar met deze uitspraak van Josephus geenen raad. Na eene niet geheel juiste weergave ervan, verklaart hij ze op eene wijze, die weinig helderheid brengt. Eerst vertaalt hij Josephus' woorden aldus: „Bei uns halt man fremde Sprachkenntnisse und die Gewandtheit und Eleganz in der Aussprache für gewöhnlich, da sich auch Leute niedrigen Standes so etwas aneignen können und selbst Sklaven, wenn sie dazu Lust haben." En hij maakt hierbij dan de opmerking: „Hiernach kame man zu dem seltsamen Schlusse, dass die ungebildeten Juden elegantes Griechisch sprachen, wahrend die gebildeten es dazu nicht bringen konnten". En na eene tusschenopmerking deelt hij als zijne meening aangaande Josephus' bedoeling mede: „Es handelt sich also um eine blosse Entschuldigung des eitlen Josephus, der heute etwa sagen würde: Etwas Französisch pariieren kann schliesslich jeder Kellner, ich hatte von Haus ern stère Dingen zu treiben" 2). Josephus handelt hier echter niet meer over de „Eleganz in der Aussprache",

') irxp' v\fitv yxp ouk Ïkuvouc xicoSky^pvrxi roig xoA.\SiV ISt/wi/ StxXeKTOv èxftx&óvrxg, Stx to xoiviv tlvxt vofiG^uv to £7TtTri<Seij/u.ix, toïito ptovov, oüy. kXtuSipw, Toiii TuyoLKTtVf ótAAa kxi tS>v otxerCtv SéXouiriv, pióvotg ye crapixv (jLxpn>poü<riv ToTq Ta. uópufix <rx<pö>g hri<TT<x.y.kvoiii^ xxl t/jv iepüv ypxfifióiTWV Sóuxfiiv ïp(j.y\vvj<rau Suvxfiévotf.

2) a. w. S. 61 f,

Sluiten