Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weest van enkelen, dan zou gemakkelijk op minder ingrijpende wijze het euvel weggenomen hebben kunnen zijn. Deze zeven werden niet enkel voor de verzorging der behoeftigen van de êXXrjviatal aangesteld, maar ontvingen hun ambt voor de geheele gemeente. Toch is opmerkelijk, dat zij alle zeven Grieksche namen dragen. En van twee van hen, Stephanus en Philippus, wordt duidelijk aangegeven, dat zij ook Grieksch spraken, Hand. 6 : 9 v.; 8 : 26 v.v. Nu deelt Lucas niet verder mede, waarin dit naga'&ecoQsïoêai der weduwen van de êXXrjvimcU zijnen grond had. De uideggers, voorzoover zij zich met deze vraag inlaten, denken er niet gelijk over. W. Bauer schrijft: „Es ist doch immerhin unwahrscheinlich, dass lediglich die Sprache die „Hellenisten" und die „Hebraer" geschieden und die Spannung zwischen ihnen veranlasst hatte". En hij zou hier êM.rjvi£eiv willen opvatten in tegenstelling met tovdatCeiv. „Das éUr/vlCeiv, das dem Hauptwort zugrunde liegt, bildet doch wohl denGegensatz zu iovdat&iv" '). Maar van eene tegenstelling in leefwijze: op heidensche wijze leven, èn op Joodsche leven, Gal. 2 : 15, is hier geen spoor. Dan zouden ook wel andere maatregelen noodig geweest, en getroffen zijn. Hier is daarom enkel van een taalverschil sprake. H. H. Wendt zegt: „Daar deze verzorging echter aan de vrije weldadigheid overgelaten was, zoo konde licht zulk eene ongelijkheid ontstaan, dat de Hellenistische weduwen, die dem palastinensischen Grundbestande der Gemeinde minder bekannt waren, veronachtzaamd werden"2). Doch waaruit blijkt, dat deze êXhfvurtai niet tot het grondbestanddeel der Jeruzalemsche gemeente behoorden? Bovendien was het nu, zooals we zagen, nog heel in het begin van het bestaan dezer gemeente, zoodat er thans nog weinig gelegenheid was om tusschen grondbestanddeel en later bijgekomenen te onderscheiden; en dat te minder, omdat het zich denken laat, dat dit jtaQaiïecoQéio&cu reeds eenigen tijd aangehouden had,

') a. w. S. 32 f.; vgl. ook E. Preuschen, Die Apostelgesch. 1912, S. 35. 2) a.w. S. 131.

Sluiten